donderdag 4 juni 2009

Europese heffing op aandelentransacties

Speculatieve transacties en de hitsige drang naar woekerwinsten moeten worden afgeremd. Dat is één van de lessen uit de kredietcrisis. Daarom pleit ik samen met de andere groene partijen in Europa, voor een Europawijde heffing op transacties in aandelen, andere effecten en kredietderivaten. Zo betaalt de financiële sector, die de crisis heeft veroorzaakt, mee aan een duurzaam herstel. Daar wil ik me, indien herverkozen, in een volgende zittingsperiode hard voor maken.

Het testosteronkapitalisme ondermijnt de stabiliteit van Europese bedrijven en financiële markten. Bedrijven staan onder druk om hun aandeelhouders hoge rendementen te bieden. Dat gaat vaak ten koste van een solide bedrijfsvoering, werknemers en duurzame investeringen. De opkomst van kredietderivaten, zoals ongedekte hypotheekobligaties en de fictieve doorverkoop van kredietrisico’s, heeft de financiële sector gedestabiliseerd.

Het feit dat nieuwe bonusrondes in Wall Street en the City toont aan dat de financiële macho’s een aantal essentiële lessen blijkbaar nog steeds niet geleerd hebben. Enige bescheidenheid is een ontbrekende eigenschap in deze sector. De testosteron giert nog door hun aderen. Een reden te meer om als overheden en wetgevers met concrete en structurele maatregelen te komen!

Een heffing op transacties maakt de snelle, speculatieve koop en verkoop van effecten, zoals bij short selling en het overvallen van bedrijven door hedgefunds, minder aantrekkelijk. Het wordt minder rendabel om het kleinste prijsverschil te exploiteren en financiële producten eindeloos te herverpakken tot derivaten waarvan de risico’s nauwelijks meer te doorgronden zijn. Daarentegen drukt de heffing nauwelijks op beleggers die investeren voor de lange termijn. Zo draagt de heffing bij aan de stabiliteit in de financiële sector.

Transacties binnen de financiële wereld zijn onbelast. Dat is waanzin. Het is onverdedigbaar dat de bankensector en de financiële wereld, de hoofdschuldige van de huidige crisis, fiscaal bevoordeeld wordt boven burgers en ondernemers. Met een transactieheffing kunnen we de sector laten meebetalen aan de duurzame economie van na de crisis.

Een heffing van bijvoorbeeld 0,01% op alle transacties in effecten en kredietderivaten binnen de Europese Unie levert tenminste 70 miljard euro per jaar op. Die opbrengst komt ten goede aan de Europese begroting. De EU kan dan de klimaatsteun aan ontwikkelingslanden op zich nemen. Dat ontlast meteen ook de begrotingen van de lidstaten.

Ontwikkelingslanden hebben het meest te lijden onder de kredietcrisis én de klimaatcrisis. Maar de crisis maakt EU-landen huiverig om arme landen hulp te beloven voor de aanpassing aan klimaatverandering, bescherming van bossen en investeringen in duurzame energie. Als er niet snel een concreet bod van de EU komt, van minstens 35 miljard euro per jaar , dreigt de klimaattop in Kopenhagen in december te mislukken. Terwijl iedereen weet dat we een mondiaal klimaatverdrag dringend nodig hebben.

De resterende opbrengst van de transactieheffing moet de EU gebruiken voor investeringen in een duurzame, innovatieve economie. Denk aan de aanleg van een Europees supernet voor groene stroom. Dat is een typische taak voor de Europese Unie.

maandag 1 juni 2009

Mijn strijdpunt voor Europa

De Green New Deal! De groenen stellen dat wat we nu meemaken een samenkomst is van drie, met elkaar verbonden crises: een economische, een ecologische en een sociale. De groene fractie in het EP verzet zich daarom tegen het promoten van een ‘Europees herstelplan’ dat bestaat in het terug op gang brengen van het oude model.

Het pompen van enorme sommen in dat model is dus een serieus risico op het verdiepen van de ecologische en sociale crises. Dus niet domweg de vraag aanjagen om zo de productie weer op peil te brengen. Volgens de groenen moet het economische herstelplan veel groter zijn, maar vooral beter gecoördineerd, doelgerichter dan hetgeen waartoe de Europese leiders besloten. Hieraan gekoppeld is er de noodzaak om nieuwe financiële financieringsinstrumenten mogelijk te maken, bestaande financieringsbronnen te heroriënteren (Europese Investeringsbank, Structuurfondsen enz).

De groenen vinden dat de huidige aanpak niet Europees genoeg is en bovendien niet consequent gefocust is op toekomstige behoeften. Energieproductie en -voorziening zijn hier cruciaal. Verschillende eng gedefinieerde nationale plannen moeten overkoepeld worden door een Europese energiestrategie.

Het is dus eenvoudig: de bulk van de geplande investeringen moeten naar duurzame, ecologische investeringen gaan. In de eerste plaats voor alles wat met energie te maken heeft, maar niet alleen daar. Europa moet na het landbouwbeleid nu proberen zelfvoorzienend te worden wat energie betreft.

Een gezamenlijke aanpak zal meer opbrengen dan de vrije markt ooit zou kunnen: lagere energiefacturen, minder energieafhankelijkheid van staten als Rusland, minder oorlogen om fossiele brandstoffen, een rem op klimaatverandering, een betere levenskwaliteit voor burgers (minder vervuiling).

Een vergroening van de economie heeft de potentie om miljoenen nieuwe en duurzame jobs in Europa te creëren en levert een dividend dat voor iedereen van belang is, niet alleen voor een handvol aandeelhouders. De Europese Commissie raamt het aantal groene jobs vandaag al op 3,5 miljoen. 8 miljoen als je ook allerlei toeleveranciers meerekent.

Een investering van 120 miljard euro in hernieuwbare energie (1 procent van het Europese BNP) zal volgens een recente studie al ruim 2 miljoen nieuwe jobs opleveren. Een investering van 100 miljard euro per jaar in groene technologie kan in heel Europa ongeveer 5 miljoen jobs opleveren, waarvan de helft in de komende twee jaar. De volgende industriële revolutie kan niet anders dan een Groene revolutie zijn. Gezondheid!

Tegelijk moet via strenge regulering, het financiële systeem weer stabiel en betrouwbaar gemaakt worden. Ten eerste via regelgeving die een te grote concentratie van geld en macht onmogelijk maakt. Banken moeten dus weer een precieze taakomschrijving krijgen en weer dienaars van de reële economie worden. De laatste decennia was dat principe juist omgedraaid.

Er moeten internationale regels komen omtrent afdwingbare transparantie, open boekhouding en supervisie, hetgeen dus vloekt met bankgeheimen en belastingparadijzen. De regels voor financiële instellingen betreffende de solvabiliteit en het doen van risicovolle transacties moeten scherper dan die onder de Basel II afspraken. Elke financiële instelling die zich niet wil onderwerpen aan internationale regels kan gesanctioneerd worden.

Er moet een bevoegdheid komen voor de Europese Centrale Bank als Europese financiële waakhond die op die regels toeziet en ook op internationaal niveau moet er zo’n supervisor komen. Vertrouwen is goed, controle is beter.

En tot slot, de zogenaamde Lissabon-strategie, het paradepaardje van Barroso. Die strategie moet dit jaar geëvalueerd worden. Duidelijk is dat een premisse van die strategie om vooruitgang te meten, niet deugt. Want economische groei kan geen doel op zichzelf zijn. Het moet gerelateerd worden aan indicatoren rond welzijn, leefbaarheid en ecologische grenzen.

vrijdag 29 mei 2009

Global warming causes 300,000 deaths a year, says Kofi Annan thinktank

Net gelezen in de Guardian. Dit doet toch wel even nadenken.

Een rapport van een denktank van voormalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan stelt dat als we er niet voor zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen tussen nu en 25 jaar onder controle wordt gebracht (en dat is veel meer dan de 20 procent die de EU nu wil realiseren met haar klimaatplan) dan zullen:

- 310 miljoen mensen serieuze gezondheidsproblemen krijgen omwille van de stijgende temperaturen,
- 20 miljoen mensen nog armer worden,
- 75 miljoen mensen milieuvluchtelingen worden omdat ze hun woonplaatsen zullen moeten verlaten omwille van de klimaatverandering.

Tijd voor actie dus: Think big. Vote Green.

Hieronder het artikel:

Climate change is greatest humanitarian challenge facing the world as heatwaves, floods and forest fires become more severe.

John Vidal, environment editor
guardian.co.uk, Friday 29 May 2009 11.03 BST

Climate change is already responsible for 300,000 deaths a year and is affecting 300m people, according to the first comprehensive study of the human impact of global warming.

It projects that increasingly severe heatwaves, floods, storms and forest fires will be responsible for as many as 500,000 deaths a year by 2030, making it the greatest humanitarian challenge the world faces.

Economic losses due to climate change today amount to more than $125bn a year — more than the all present world aid. The report comes from former UN secretary general Kofi Annan's thinktank, the Global Humanitarian Forum. By 2030, the report says, climate change could cost $600bn a year.

Civil unrest may also increase because of weather-related events, the report says: "Four billion people are vulnerable now and 500m are now at extreme risk. Weather-related disasters ... bring hunger, disease, poverty and lost livelihoods. They pose a threat to social and political stability".

If emissions are not brought under control, within 25 years, the report states:

• 310m more people will suffer adverse health consequences related to temperature increases

• 20m more people will fall into poverty

• 75m extra people will be displaced by climate change.

Climate change is expected to have the most severe impact on water supplies . "Shortages in future are likely to threaten food production, reduce sanitation, hinder economic development and damage ecosystems. It causes more violent swings between floods and droughts. Hundreds of millions of people are expected to become water stressed by climate change by the 2030. ".

The study says it is impossible to be certain who will be displaced by 2030, but that tens of millions of people "will be driven from their homelands by weather disasters or gradual environmental degradation. The problem is most severe in Africa, Bangladesh, Egypt, coastal zones and forest areas. ."

The study compares for the first time the number of people affected by climate change in rich and poor countries. Nearly 98% of the people seriously affected, 99% of all deaths from weather-related disasters and 90% of the total economic losses are now borne by developing countries. The populations most at risk it says, are in sub-Saharan Africa, the Middle East, south Asia and the small island states of the Pacific.

But of the 12 countries considered least at risk, including Britain, all but one are industrially developed. Together they have made nearly $72bn available to adapt themselves to climate change but have pledged only $400m to help poor countries. "This is less than one state in Germany is spending on improving its flood defences," says the report.

The study comes as diplomats from 192 countries prepare to meet in Bonn next week for UN climate change talks aimed at reaching a global agreement to reduce greenhouse gas emissions in December in Copenhagen. "The world is at a crossroads. We can no longer afford to ignore the human impact of climate change. This is a call to the negotiators to come to the most ambitious agreement ever negotiated or to continue to accept mass starvartion, mass sickness and mass migration on an ever growing scale," said Kofi Annan, who launched the report today in London.

Annan blamed politians for the current impasse in the negotiations and widespread ignorance in many countries. "Weak leadership, as evident today, is alarming. If leaders cannot assume responsibility they will fail humanity. Agreement is in the interests of every human being."

Barabra Stocking, head of Oxfam said: "Adaptation efforts need to be scaled up dramatically.The world's poorest are the hardest hit, but they have done the least to cause it.

Nobel peace prizewinner Wangari Maathai, said: "Climate change is life or death. It is the new global battlefield. It is being presented as if it is the problem of the developed world. But it's the developed world that has precipitated global warming."

Calculations for the report are based on data provided by the World Bank, the World Health organisation, the UN, the Potsdam Insitute For Climate Impact Research, and others, including leading insurance companies and Oxfam. However, the authors accept that the estimates are uncertain and could be higher or lower. The paper was reviewed by 10 of the world's leading experts incluing Rajendra Pachauri, head of the UN's Intergovernmental Panel On Climate Change, Jeffrey Sachs, of Columbia University and Margareta Wahlström, assistant UN secretary general for disaster risk reduction.

Waarom ligt niemand wakker van Europa? En is dat een probleem?

Niemand, lijkt me overdreven. Maar de betrokkenheid bij de Europese democratie is te gering: als de helft van de Europese kiezers zijn stem komt uitbrengen is het veel.

Deels heeft dat te maken met een gebrek aan kennis en informatie, hetgeen weer samenhangt met een gebrek aan serieuze, structurele media-aandacht voor wat er gebeurt. Enkele goede uitzonderingen daargelaten willen media hun journalisten alleen maar over de EU laten berichten als er schandalen zijn.

Ik ben de eerste om - mede vanuit mijn werk in de commissie begrotingscontrole of de anti-fraude commissie - wantoestanden aan te klagen. Het was overigens de groene fractie die aan de basis lag van het wegsturen van de Europese commissie onder Santer, tien jaar geleden.

Voorts bestaat er een groeiende en deels begrijpelijke onvrede en onbehagen bij mensen, als gevolg van onzekerheid, mondialisering, migratie. En zij projecteren die onvrede op elites en op een abstract en ingewikkeld project genaamd Europese Unie. Daarnaast moeten politici ook de hand in eigen boezem steken en hun werk als Europees volksvertegenwoordiger serieus nemen en bereid zijn daarover verantwoording af te leggen.

Het klinkt opschepperig maar ik heb mijn job zeer serieus genomen: volgens verschillende beoordelingen scoor ik goed. Ik eindigde op parlorama.eu op de 41ste plaats van de 785 parlementsleden omdat ik aan 98% van de zittingen deelnam. En begin deze week eindige ik op de 7e plaats in een onderzoek van Open Europe die onderzocht hoe zij stemden en werkten op thema's als het promoten van transparantie, het afleggen van verantwoording en democratische hervormingen. Nu is Open Europe de vertolker van heel wat eurosceptische gevoelens. Daar als zevende eindigen betekent meteen dat je ook als pro-europeaan kritisch kan zijn over Europa zonder populistisch te (moeten) worden.

Tegelijk zie ik soms tandenknarsend toe hoe sommige politic - zie het schandaal in Engeland - het niet zo nauw nemen met regels en belastinggeld. Het voedt anti-politiek en een asociale ieder-voor-zich mentaliteit (die in sinds 1989 door de neoliberale storm toch al sterk vertegenwoordigd was). Dus ik denk dat politici ethiek en het dienen van een algemeen belang weer voorop moeten stellen.

Maar iedereen zijn verantwoordelijkheid: het is ronduit lichtzinnig en zelfs gevaarlijk wanneer Europese burgers makkelijk vergeten dat het Europese project een in de Europese geschiedenis ongekend lange periode van grote welvaart en vrede heeft gebracht.

De actuele paradox is dat steeds meer concepten van vrouwe Europa zoals milieubeleid en sociale bescherming overal ter wereld worden overgenomen, maar dat de Europeanen in haar boezem spugen. Of ongeïnteresseerd wegkijken. Het Europees Parlement krijgt met het Verdrag van Lissabon nog meer bevoegdheden en macht, en steeds minder mensen nemen de moeite om te stemmen. Of ze stemmen zogezegd eurosceptisch of eurorealistisch, partijen met vooral negatieve antipolitiek. In Nederland wil de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders (grootste in de peiling) zelfs het Europees Parlement afschaffen.

Ik zou het dus meer dan tragisch vinden als een meerderheid van de Europese kiezers niet eens de moeite neemt – en in vele landen waarschuwt men daarvoor – om naar de stembus te gaan. Het is aan ons – politici – maar ook media, maatschappelijke organisaties, wetenschappers en geëngageerde burgers om zoveel mogelijk mensen te inspireren en tegen de zelfverklaarde eurosceptici of de zogenaamde eurorealisten in te wijzen op het ongekende succes van gedeelde Europese solidariteit en vredesbeleid.

donderdag 28 mei 2009

Welke rol kan Europa spelen in de aanpak van de crisis?

Never waste a crisis: in deze tijden van crisis moet de Europese Unie niet minder dan zichzelf heruitvinden. Europa kan en moet meer doen en vooral beter. Meer door eenvoudigweg meer te investeren en beter door die investeringen voor een veel groter gedeelte te investeren in die sectoren die een duurzame toekomst hebben: eco-technologie in bijvoorbeeld waterzuivering, isolatie, afvalverwerking, nieuwe bio-chemie, CO2-arm transport, duurzame energiebronnen enz.

Dit is geen groene dromerij, maar realiteit. Uit de eerste resultaten van een in opdracht van de Europese groene fractie gemaakte studie (het Duitse Wuppertal Instituut) blijkt dat de mondiale markt van eco-industrie nu al goed is voor 1000 miljard euro en tegen 2020 zal verdubbelen. In de EU echter gaat om 'maar' 270 miljard, ofwel 2,7 % van het BNP. De potentie voor duurzame groei en werkgelegenheid is gigantisch (nu al 1,8 miljoen jobs in Duitsland alleen) nu ook China en andere groeilanden deze sectoren in een rap tempo ontdekken.

De Europese groenen voeren daarom gezamelijk campagne met een Green New Deal als streefdoel, dat ook na de verkiezingen hét strijdpunt van de groenen blijft. Wereldleiders als Al Gore en Ban Ki-moon pleiten er letterlijk voor, wetenschappers wijzen op de noodzaak, vakbonden maatschappelijke organisaties zien het nut.

Zelfs Guy Verhofstadt gaf afgelopen zondag het in een TV-debat met mij, Van Brempt en Dehaene toe. Hij zei letterlijk: "Bart Staes en zijn beweging hebben al een hele tijd gepleit voor zo'n groene innovatie. Daarin moeten we objectief zijn. Maar nu is er een consensus. Hoe kunnen we naar een niet-fossiele economie gaan".

Het probleem is dat er in Europa géén consensus is! Sterk vertegenwoordigde groene partijen zijn in heel Europa nodig om deze 'groene innovatie' ook echt te bewerkstelligen. Zelfs heel recente stemmingen tonen het zwart op wit aan aan: veel partijen of politici praten wel groen, maar stemmen in het Europees Parlement grijs.

En ook keiharde cijfers uit de studie tonen aan dat onze kritiek op de Europese herstelplannen juist zijn: de VS investeren ongeveer 2 % van het BNP in herstel van de economie en daarvan is zo'n 12 procent groen. China geeft ruim 7 % van het BNP uit en daarvan is zo'n 38 % groen. (Zuid-Korea zit op 80% groene investeringen!). De EU 27 geeft maximaal 1 % uit van het BNP uit aan daarvan is hooguit 17 % groen (verschil per lidstaat en de bedragen zijn veel lager). Voor België is dit 2,8 miljard dollar met een groen aandeel van quasi nul. Voor Vlaanderen is dat 1,18 miljard dollar met een groen aandeel van bijna 6 %.

Als kippen zonder visie rennen politici met emmers geld van de ene financiële put of bank naar de andere fossiele industrie, om maar te hopen dat de sputterende economische motor weer gaat draaien en we rustig naar business as usual kunnen. Tegen beter weten in, natuurlijk. Want de meeste politici weten donders goed dat het nooit meer hetzelfde wordt. Het kán ook nooit meer hetzelfde worden omdat de westerse wereld keihard met de neus op de grenzen van de zogenaamd grenzeloze groei is gebotst.

Maar daarom hoeft er nog geen afschuwelijke tijd aan te breken. Als er nu en de komende jaren juiste politieke en persoonlijke keuzes worden gemaakt, kan het juist een tijd van optimisme en hoop worden. Precies datgene waarmee president Obama de Amerikaanse nachtmerrie weer naar een droom probeert te masseren.

woensdag 27 mei 2009

Waar liggen de grenzen van de Europese Unie? En moeten we Turkije toelaten?

Ik zie Europa in de eerste plaats nog steeds als een vredesproject. Het is de op wereldschaal best geslaagde oefening in conflictpreventie ooit. De meeste uitbreidingen van de EG (later EU) waren steeds succesvolle oefeningen om te zorgen voor stabiliteit, democratie, welvaart en welzijn; En dat niet alleen in de landen die toetraden maar ook in de oorspronkelijke lidstaten.

Toen ik op de banken van de middelbare school zat, waren 13 van de huidige 27 lidstaten nog dictaturen: Spanje, Portugal en Griekenland en de tien voormalige Oostbloklanden. De uitbreiding zorgde er telkens voor dat de nieuwe, jonge en prille democratieën uitzicht kregen op stabiliteit. Het is een trage vooruitgang geweest, die dag aan dag moet vervolledigd worden. Ook een mogelijke uitbreiding met de landen van het voormalige Joegoslavië moet in dat licht bekeken worden. Serven en Kosovaren kunnen alleen in zekerheid en met een gerust gemoed samenleven als ze uitzicht hebben op lidmaatschap van de EU.

En in dat licht bekijk ik ook de gesprekken met Turkije, een land met wie we veel meer geschiedenis delen dan velen willen weten.

Vooreerst: al in 1963 werd Turkije uitzicht op lidmaatschap beloofd. Dat werd herhaaldelijk bevestigd tot diep in de jaren 90. Fatsoen in de politiek betekent dat je die belofte honoreert. Dat was dus één van de redenen waarom ik in december 2004 stemde voor het opstarten van de onderhandelingen met Turkije over mogelijk lidmaatschap.

Het is eens te meer een oefening in conflictpreventie. Doorheen de gesprekken Turkije de weg tonen naar meer democratie, eerbied voor de rechtsstaat, respecteren van de rechten van minderheden. De minderheden in Turkije (Alevieten, Koerden, etc.) vragen ons allemaal de onderhandelingen te gebruiken om hun rechten te versterken en te vrijwaren...Het is nog niet perfect maar er is progressie. Bovendien moet Turkije doorheen de onderhandelingen onze milieu- en sociale normen overnemen. Ook dat is een goede zaak.

Zullen de onderhandelingen lukken? Zullen we erin slagen Turkije de goede kant uit te duwen? Wordt Turkije een moderne staat? Ik weet het niet. Wel weet ik dat op dit moment er pas een akkoord is over één van de 35 hoofdstukken waarover de EU en Turkije het eens moeten zien te worden.

Maar ik vind het belangrijk deze oefening te doen. Als pakweg over 15 jaar Turkije inderdaad ten goede is veranderd dan hebben we een ongelofelijke bijdrage geleverd aan de democratie en aan stabiliteit in onze directe levenssfeer. En daarom hoop ik dat de onderhandelingen zullen slagen. Pas als die mislukken kunnen we nadenken over andere formules. Als u mij vraagt morgen te stemmen over lidmaatschap: dan stem ik duidelijk neen. Want op dit ogenblik voldoet Turkije niet aan de voorwaarden.

Overigens is de toetreding van Turkije tot de EU geen zaak voor het EP waarvoor we op 7 juni stemmen, want het zal zeker niet voor de eerste vijf jaar zijn. Toch spreken vele politici nu graag over Turkije omdat ze daarmee kunnen scoren door in te spelen op de anti-islamitische sentimenten, die zij vaak mede zelf gecreëerd hebben. Iemand als president Obama ziet intussen ook in dat dit ons alleen maar verder weg van een veiliger wereld brengt.

zaterdag 4 april 2009

Bankieren kan ook op een eerbare wijze

Op de G20 top praatten wereldleiders over niet minder dan het redden van de wereldeconomie en een nieuwe mondiale financiële architectuur. Vele politiek leiders tonen graag staatsmanschap. Maar misschien moeten we het in Europa eerst toch nog eens over ethiek, eerlijkheid en transparantie hebben. Want de EU heeft een lelijke januskop.
Bankiers, managers, aandeelhouders én beleidsmakers hebben zich de laatste jaren gedragen als lemmingen. Ondanks dat velen eigenlijk wisten of hadden moeten of kunnen weten dat het handelen in financiële producten die ze zelf niet begrepen, onverantwoorde risico’s met zich meebracht, renden ze keihard door richting de afgrond. Dankzij het veiligheidsnet, genaamd overheden en belastinggeld, zijn de meesten – behalve investeringsbank Lehman Brothers – voorlopig niet in die afgrond gedonderd en overeind gebleven.
Miljardair en filantroop George Soros schreef deze week dat het redden van financiële instellingen in westerse landen op zich een goede zaak was, maar wel met het perverse bij-effect. Omdat Afrikaanse en Zuidoost-Aziatische landen niet hetzelfde konden doen voor hun in nood verkerende financiële instellingen, vloeide er kapitaal van deze perifere landen naar rijke centrumlanden. Protectionisme wordt dezer dagen door iedereen verfoeid, maar vond het eerst plaats in de financiële wereld.
Het is erg verontrustend dat de Europese Unie pleit voor meer toezicht en regulering op de eigen financiële sector maar in Afrikaanse landen juist op de oude voet verder gaat.
De EU is volop bezig samenwerkingsakkoorden (Economic Partnership Agreements, EPA’s) af te sluiten met alle zogenaamde ASC-ontwikkelingslanden (Afrika, Stille Zuidzee en Caribisch gebied). Dit gebeurde onder druk van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) die tegen de speciale handelstarieven voor die landen is. De ASC-landen, veelal voormalige koloniën van Europese landen, kregen onder iets gunstiger voorwaarden toegang tot de Europese markt.
Vorige week - dus een week voor de G20-top - waar Europese leiders een pleidooi houden voor regulering van de financiële sector en bijvoorbeeld het aan banden leggen van belastingparadijzen werd het eerste EPA beklonken met Cariforum, een organisatie van Caribische landen. In de EPA´s wordt voorzien dat de landen alle financiële diensten volledig moeten liberaliseren. De helft van de Cariforum-landen zijn officieel erkend als belastingparadijzen. Dat betekent dat er dus alweer volop achterpoortjes worden gemaakt voor de handel in allerlei rommelkredieten en zwart geld zonder enig toezicht. Dat is gezien de impact van de huidige crisis onverantwoord en onbegrijpelijk. Het is extra wrang, schreef econoom Joseph Stiglitz terecht, dat de armste landen het zwaarst getroffen dreigen te worden door de financieel-economische crisis, terwijl zij er geen deel aan hebben gehad. Stiglitz is voorzitter van een VN-commissie die hervormingen voor 's werelds monetair en financieel systeem voorstelt in een voorlopig rapport. Dat rapport stelt dat in de derde wereld dit jaar 30 tot 50 miljoen mensen extra werkloos zullen worden en er 200 miljoen mensen in extreme armoede geduwd zullen worden.
Eén van de oorzaken van armoede is gebrek aan kapitaal en investeringen, hetgeen deels verklaard kan worden door kapitaalvlucht en belastingontduiking via belastingparadijzen. Op 10 maart onthulde de ngo Global Witness dat grote Europese banken als BNP Paribas, HSBC, Banco Santander en Barclays volop meewerken met het wegsluizen van geld van corrupte en niet-democratische leiders in Afrika en Centraal-Azië.
Gastheer van de G20, de Britse premier Gordon Brown, pleit ook voor een aanpak van belastingparadijzen, iets wat hij zelf als minister van Financiën weigerde. En nu hij het wél zegt te willen, meldde The Sunday Times afgelopen weekend dat premier Brown's minister verantwoordelijk voor beleid rond The City, het financiële hart in Londen, Lord Myners, zélf een afgeschermde trust heeft in belastingparadijs Jersey, om zo zijn aandelen in het Ermitage Hedge Fund 250.000 dollar af te schermen. De reactie luidde dat er netjes belasting is betaald, maar zijn dit de voorbeelden voor transparantie die politiek leiders aan burgers dienen te geven?
Misschien zou het goed zijn als Brown eerst een ‘mea culpaatje’ slaat? President Obama komt ook en toont opnieuw dat hij het nieuwe soort van leiderschap inhoud geeft: ‘Ik weet dat Amerika een deel van de verantwoordelijkheid draagt voor de rotzooi waar we in zitten. Maar ik weet ook dat we niet hoeven kiezen tussen een chaotisch en keihard kapitalisme en een onderdrukkend door de overheid geleide economie. Dat is de valse keuze die niet in het belang is van ons volk of van welk volk dan ook.’
Paul Krugman, Nobelprijswinnaar economie , citeerde deze week Larry Summers, destijds Amerikaans viceminister van Financiën. Summers noemde in een lezing van het jaar 2000 over de economische crisette die sommige landen als Argentinië, Rusland en Aziatische staten teisterde in de jaren ’90, enkele factoren waardoor de VS toen niet geraakt werd: goed gekapitaliseerde en gecontroleerde banken, transparante bedrijfsboekhoudingen...
Het zijn dit soort maatregelen waar ook Brown een week geleden in het Europees Parlement naar verwees. En Europa moet de leiding nemen bij het vinden van oplossingen voor de mondiale crisis op de G20-top vonden Brown en commissievoorzitter Barroso. Het zijn wel bij uitstek twee politici die pleitbezorgers waren van een deregulering van de financiële sector.
Net als de acht leden van de zogenaamde Larosière Group, die door de Europese Commissie werd aangesteld om te adviseren over hervormingen van de financiële wereld. Hoewel er best een Europees toezichthouder voor alle Europese financiële instellingen zou komen, (misschien zelfs mondiaal, het is immers een geglobaliseerde wereld?) wil voormalige IMF-topman Larosière afstappen van het 'onrealistische' idee van één Europese toezichthouder. Hij wil 'gestructureerd overleg tussen de nationale toezichthouders organiseren', terwijl gestroomlijnd Europees toezicht wellicht ook de werklast die nu al bestaat voor financiële instellingen zou kunnen verlichten.
Maar er is ook iets vreemd aan de hand met de samenstelling van de Larosière Group. Uit een onderzoek van ngo's 'Corporate Europe Observatory' en 'Friends of the Earth' bleek dat vier experts direct gelieerd zijn of waren aan grote financiële instellingen die medeverantwoordelijkheid dragen voor de financiële crisis (en de andere vier meer indirect):
* Jacques de Larosière: covoorzitter van de financiële lobby groep Eurofi en tot recent adviseur van BNP Paribas.
* Rainer Masera: ex managing director van de Europese arm van het failliete Lehman Brothers
* Onno Ruding: adviseur van Citigroup, eigenaar van Citibank.
* Otmar Issing: adviseur van Goldman Sachs
* Callum McCarthy: voormalig hoofd van de Britse 'Financial Services Authority'
* Leszek Balcerowicz: een prominent promoter van deregulering
* José Pérez Fernández: consultant voor enkele grote banken
* Lars Nyberg: bankier, nu vice-voorzitter van de Zweedse Nationale Bank.

Het is een beetje verontrustend als alleen bankmensen of adviseurs of controleurs van banken het Europese vertrouwen in de sector moeten herstellen. Financiën is te belangrijk om het alleen aan financiële specialisten over te laten. Professor Simon Johnson, ooit hoofdeconoom van het IMF, schrijft in The Atlantic dat de huidige Amerikaanse crisis veel parallellen vertoont met de crises uit de jaren ’90: “In de VS en de derde wereld speelden zakenbelangen van een elite – financiers, in het geval van de VS – een centrale rol bij het ontstaan van de crisis. Ze gokten almaar zwaarder, met de impliciete steun van de overheid, tot een ineenstorting onvermijdelijk was. Alarmerender is dat ze hun invloed nu gebruiken om precies het soort hervormingen te verhinderen die nu – en snel – nodig zijn om de duikvlucht van de economie te keren”.

Bankiers en managers, die moeten zich gewoon maar eens even beheersen – zoals Obama bij Jay Leno zei “enough is enough” en dus gewoon hun werk doen, ten dienste van de reële economie. Daarom tot slot enkele concrete voorstellen om de financiële sector weer meer ten dienste te stellen van de reële economie en mensen. Stel een Europese beroepseed voor bankiers in. Bescherm op Europees niveau de titel 'ethisch en duurzaam bankieren'. Beoordeel bij de beloning van het top management van banken niet alleen op basis van financiële criteria. Verplicht eerlijke duurzaamheids jaarverslagen door banken. Verplicht banken en financiële instellingen om te melden of spaargeld of belegging verzekerd is en zo ja op welk niveau. Verplicht vakbonden, pensioenfondsen en staatsbanken om hun reserves vooral te investeren in groene, ethisch verantwoorde beleggingsfondsen met het oog op werkgelegenheid (Green New Deal), milieu, mens. Maximale transparantie is nodig. Stimuleer het gebruik van lokale, niet-inwisselbare munteenheden (er zijn al 150 voorbeelden van!) om zo de lokale economie te versterken waar nodig. Spiegel investeerders niet langer die verleidelijke en onrealistische rendementen van minstens 15 % voor. Er is geen “free lunch” : hoe hoger de (verwachte) rendementen, hoe hoger de (zichtbare of onzichtbare) risico’s.