donderdag 5 november 2009

Geen bewegingsvrijheid voor Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever

Zopas schreef ik een uurtje aan mijn blog van vandaag. Even onhandig en ... floep: alle tekst weg. Gesakker dus. Maar gelukkig is er nog Eva Brems: voorzitter van AI Vlaanderen. Haar verslag over de trip van vandaag is minstens even accuraat. Ik speel dus even leentjebuur.

Bart Staes

Vandaag scheen de zon- hèhè, dat kan je wel gebruiken als het dagprogramma een opeenstapeling van onrecht en ellende belooft…
B’tselem, een grote mensenrechtenorganisatie, nam ons mee op sleeptouw. B’tselem heeft onder andere een project waarbij ze camera’s uitdelen aan Palestijnen in de bezette gebieden, om situaties van misbruik mee te filmen. ‘shooting back’ noemen ze dat, maar dan met film. Vaak helpt het bovenhalen van een camera al om te vermijden dat een situatie uit de hand loopt. Maar in de 2000 uren film in hun archief zitten toch nog tientallen incidenten van geweld door kolonisten of het leger.
B’tselemen schreef in 2002 een schitterend ‘basiswerk’ (als je een mensenrechtenrapport zo kan noemen) over ‘land grab’: de gesofisticeerde manieren waarop ruimtelijke ordening en wetgeving wordt ingezet door Israël om op een formeel legale manier zoveel mogelijk grond in de Palestijnse bezette gebieden af te pakken voor Israëlisch gebruik. De rondleiding die Najib, een veldwerker van de organisatie ons gaf op de Westelijke Jordaanoever, richtte zich - op die ‘land grab’, maar vooral op de beperkingen van de bewegingsvrijheid van Palestijnen en de segregatie tussen Palestijnen en kolonisten. We zagen het hek/de muur (op sommige plaatsen zijn het metershoge betonnen platen – een echte muur dus, op andere plaatsen is het een gracht en een hek met prikkeldraad) die Palestijnen van kolonisten scheidt. Een fotopauze aan een overgang leidde tot een inspectie van het leger – camera’s terplaatse hadden onze verdachte aanwezigheid doorgegeven. Behalve het grote Hek zijn er nog veel meer hekken naast de mooie wegen die de Israëlische nederzettingen verbinden. Die dienen om de Palestijnen van de wegen te houden en te verhinderen dat kinderen stenen gooien. Deze mooie wegen zijn enkel voor Israëlische wagens met gele nummerplaten. Voor de groene Palestijnse nummerplaten zijn er andere wegen – van merkbaar mindere kwaliteit. Het valt op hoe de hekken zo dicht mogelijk rond de Palestijnse dorpen lopen, waarbij ze een ruime marge laten rond de Israëlische nederzettingen. Op die manier worden Palestijnse boeren bijvoorbeeld afgesneden van een deel van hun olijfgaard, die op den duur de facto aan de Israëli’s gaat toebehoren. Als je op het terrein bent, is het overduidelijk dat veiligheid niet de hoofdreden is van de plaatsing van deze hekken. De wegen waarop Palestijnen wel toegelaten zijn, zijn voor hen toch nog vaak moeilijk te gebruiken omdat op de zijwegen die rechtstreeks naar de dorpen leiden op vele plaatsen blokkades zijn opgeworpen door het leger. Vaak zijn dat niet meer dan enkele grote betonnen blokken, maar het gevolg is dat mensen hun auto daar moeten achterlaten en aan de andere kant van de blokkade overstappen in een taxi. Of rondrijden, zoals wij toen we naar Salfit reden: aangezien de weg van 700 meter afgesloten was, maakten we een omweg van 18 kilometer. Alles is er op gericht om te zorgen dat Israëlische kolonisten en Palestijnen elkaar niet hoeven te kruisen: aparte wegen verbinden de respectieve woonplaatsen van elke groep, waarbij een systeem van tunnels en bruggen ervoor zorgt dat ook contact op kruispunten wordt vermeden. Bizar! In de Palestijnse dorpen zien we hier en daar echo’s van het recentste Amnesty rapport over het gebrek aan recht op water van Palestijnen. De muur snijdt boeren af van de meest vruchtbare stukken land, de zwarte watertanken op de daken kunnen een schietschijf worden van verveelde soldaten, de nederzettingen hebben zwembaden en groene tuinen terwijl de Palestijnse dorpen watertekort lijden, en de industrie van nederzettingen loost zijn afvalwater gewoon op braakliggende grond.
Al die vaststellingen op het terrein maken een grote indruk op ons, en zijn dan ook het onderwerp van veel discussies en vragen, binnen de groep en met onze gesprekspartners. Dat waren later op de dag nog de afvaardiging van de Europese Unie in Tel Aviv, 2 mensenrechtenorganisaties, de Belgische ambassadeur en Avi Primar, een vooraanstaand intellectueel. Ik onthoud vooral dat mensenrechtenorganisaties steeds meer te kampen hebben met actieve tegenwerking vanuit de regering. Gisha – een organisatie die ijvert voor bewegingsvrijheid in (en uit) Gaza (!) drukt ons op het hart dat buitenlandse druk moet gericht zijn op het vrijwaren van een democratisch klimaat in Israël. In de categorie ‘landen met grove en systematische mensenrechtenschendingen’ is Israël immers uniek in de zin dat het een democratische rechtsstaat is, waarbij de vrijheid van meningsuiting normaliter gewaarborgd is en mensenrechtenorganisaties doorgaans ongehinderd hun werk kunnen doen. Als dat onder druk komt, gaan belangrijke hefbomen voor rechtvaardigheid verloren.
Avi Primar brengt Israëlische en Palestijnse studenten samen om te studeren aan een Duitse universiteit. En hij gelooft in een duurzame oplossing voor Israël en Palestina, die hij zelfs al in detail uitgewerkt heeft. Gebaseerd op 2 staten natuurlijk, en met een rol voor een internationale troepenmacht. Interessant. En ook wel hoopvol eigenlijk. Fijn om de stem van de rede te horen, ook al is het een minderheidsstem.

Eva Brems













woensdag 4 november 2009

Een humanitaire catastrofe en apartheid op zijn Israëlisch

We zijn één dag ver in onze zoektocht naar wat er zich werkelijk afspeelt tussen Joden en Palestijnen in dit land.

Deze morgen kregen we een bijna twee uur durende briefing van Allegra Pacheco, hoofd van de Advocacy Unit van OCHA, de VN-organisatie voor humanitaire zaken over wat er zich afspeelt in de bezette Palestijnse gebieden. Gaza, de westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Nauwgezet presenteerde deze VN-medewerkster van Joods-Amerikaanse origine de immense problemen. Een humanitaire en ecologische ramp in Gaza, De veroordeling door de internationale gemeenschap om een gehele bevolking collectief te straffen voor de (overigens onaanvaardbare) daden van sommigen. De absolute beperking van de bewegingsvrijheid van 1,43 miljoen Palestijnen. Het immense waterprobleem in die mate zelfs dat slechts 5 tot 10 procent van het water er echt drinkbaar is.

De westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Op een gebied van nauwelijks 5600 vierkante kilometer (minder dan 1/6 van België) wonen 2,3 miljoen Palestijnen en 480.000 Israeli's. De bewegingsvrijheid van de Palestijnen wordt helemaal beperkt door controlepunten, weg- en andere barrikades. Alleen al in de stad Hebron werpen de Israeli's meer dan 90 obstakels op die het vrije verkeer van Palestiijnen –scholieren, ouderen, werknemers of zwangere vrouwen- fel bemoeilijken. Erger dan dat is de bouw van een muur, op sommige plaatsen een 8 tot 10 meter hoge betonnen plaatconstructie met electrische prikkeldraad erbovenop. Een bijna onvoorstel en duivels plan: 413 kilometer muur is reeds gebouwd, 73 kilometer is in aanbouw en nog eens 223 kilometer is gepland. Een bouwwerk dat ruim 2 miljard dollar zal kosten. En de bouw van aparte wegen, controlepunten, en tunnels om het verkeer tussen Palestijnen en Joden koste wat het kost gescheiden te houden wordt begroot op nog eens extra 500 miljoen dollar. Wanneer de muur (het “hek” in het Israëlische jargon) afgewerkt is zal het vijf keer zo lang zijn als de Berlijnse muur die bijna dag op dag twintig jaar geleden gesloopt werd. De internationale gemeenschap oordeelt dat de bouw totaal illegaal is. Israël heeft wel het recht zich te beschermen tegen mogelijk vijandige aanvallen vanuit Palestijns gebied, maar dan moet de muur op de grens tussen Israël en de westelijke Jordaanoever gebouwd worden. Dat is nu niet het geval: op sommige plaatsen dringt de muur zeer diep Palestijns grondgebied binnen, enkel met de bedoeling Israëlische nederzettingen directe toegang tot Israël te geven. Ondertussen worden Palestijnse gemeenschappen uiteengereten. Er worden wegen aangelegd die enkel toegankelijk zijn voor Israëlis. Palestijnen krijgen hun eigen netwerk. Apartheid op zijn Zuidafrikaans …

De Westelijke Jordaanoever wordt zo opgesplitst in meerdere kleine en economisch onleefbare gebieden. Boeren hebben geen toegang tot hun land. Kinderen moeten enorme omwegen maken om hun school te bereiken. Zieken worden gedwongen een serieuze omweg te maken om een hospitaal te bereiken. Allen worden dagelijks vernederd bij het overschrijden van de controleposten en (grens)overgangen die bovendien niet permanent maar soms enkel sporadisch open zijn. En de Israëlische kolonisten leggen niet alleen beslag op territorium maar ook op de schaarse watervoorraden. Een kolonisten gezin verbruikt vaak vijf keer meer water dan een Palestijnse familie.

Nadien trokken we tweeënhalfuur lang op met Jeff Halper. Deze Joodse man doceert aan de Ben Gurion universiteit Beer Sheva en is de leider van het “Israeli Committee Against House Demolitions”. Het werd een hallucinante tocht. Wie het al gezien had, komt nog maar eens onder de indruk. En wie het voor de eerste keer ziet en meemaakt maar er wel al veel gelezen heeft, kan zijn of haar ogen niet geloven. De realiteit overtreft de verbeelding. Jef is een spraakwaterval, een man die met kennis van zaken en een niet te blussen overtuiging deze vorm van onrecht permanent aanklaagt. Hij troont ons mee –in de plessende regen- van de ene nederzetting naar de andere, toont ons hoe de infrastructuurvoorzieningen langs “Israëlische” zijde of in de nederzettingen ontzaglijk beter is dan aan de Palestijnse kant. Op enkele toentallen meters rijd je van een modern westers gebied naar een gebied dat dicht bij het niveau van de minst ontwikkelde landen op deze aardbol ligt. Geen of nauwelijks watervoorziening, geen huisvuilophaling, geen postbedeling, dagelijkse pesterijen, uitzichtloosheid. Een economie en een landbouw zonder reële kansen. En een pientere maar helaas helse aanpak van de Israëlische autoriteiten. Mensen in de nederzettingen zijn duidelijk meer waard dan de doodgewone Palestijn …

Jeff brengt wat we leerden op de VN-organisatie in de realiteit. Verbazing, kwaadheid, en ongeloof maken zich van ons meester. Hoe is dit alles mogelijk? We eindigen in Oost-Jeruzalem waar Palestijnen weggepest worden, nieuwe Joodse nederzettingen gebouwd worden en huizen schaamteloos worden vernietigd onder het (belachelijke?) argument dat ze er neergepoot werden zonder bouwvergunning. Mensen worden zo van de ene op de andere dag op straat gezet. Ze worden bang wakker omstreeks 5 uur ‘s morgens omdat ze weten dat de bulldozers vanaf 6 uur een ongewenst en vernietigend bezoek kunnen brengen in hun wijken.

’s Namiddag trekken de parlementairen naar de Knesset. Ze praten er twee uur lang met Labour Parlementslid Daniel Ben Simon en Kadima-parlementslid Nachman Shai. De anderen ontmoeten Israëlische en Palestijnse ouderes die de voorbije jaren een kind verloren in het conflict maar desondanks samen op weg gaan op zoek naar vrede en verstandhouding.

Maar daarover later meer.





dinsdag 3 november 2009

Aangekomen in Jeruzalem

Van 2 tot 8 november organiseren 11.11.11. en Broederlijk Delen een bezoek aan Israël en de bezette Palestijnse gebieden. Op deze blog laat ik jullie onze zoektocht van nabij volgen.

Na zowat 4,5 uur vliegen landden we met de delegatie in Tel Aviv. De delegatie: dat zijn Jos Geysels (11.11.11), Brigitte Herremans en Paul De Greve (beiden Broederlijk Delen), Jan Renders (ACW), Rudy De Leeuw (ABVV), Annemie Janssens (KAV), Eva Brems (Amnesty International Vlaanderen), en de politici Hilde Vautmans (Open VLD), Nahima Lanjri (CD&V), Dirk Van der Maelen (SP.A) en Bart Staes (Groen!).

Eigenlijk raakten we al bij al vrij vlot doorheen de controle. Alleen Nahima Lanjri kreeg het even moeilijk: de grensbeambten wilden kost wat kost weten hoe haar vader en grootvader heetten.

Omstreeks kwart na twee lokale tijd (in België was het toen nog maar 1.15) bereikten we ons hotel en tijdelijk hoofdkwartier in Jeruzalem. Het wordt een korte nacht. Ontbijt en briefing om 8.30 uur. Daarna een bezoek aan OCHA, de VN-organisatie voor humanitaire zaken over de obstakels voor Palestijnse bewegingsvrijheid en de Muur. We trekken ook heel wat tijd uit voor een terreinbezoek aan de nederzettingen en de Muur rondom Jeruzalem. 's Namiddags ontmoeten de parlementsleden enkele collega's in de Knesset. En 's avonds dineren we met de Belgische consul in Jeruzalem.

Doel van de reis is informatie verzamelen over de situatie in Israël en de Palestijnse gebieden. We voeren gesprekken met kopstukken van politieke partijen, politieke observatoren en dissidenten, het middenveld en de academische wereld.

zondag 26 juli 2009

Hernieuwbare energie: de wind in de zeilen?

In de sector van de hernieuwbare energiebronnen volgt het ene initiatief het andere op.

Enkele weken geleden (13 juli 2009) kondigde een consortium van voornamelijk Duitse bedrijven, waaronder RWE en E.on, aan dat ze het “Desertec Industrial Initiative” oprichtten om zo voldoende financiële middelen bijeen te brengen voor een gigantisch zonneproject in Noord-Afrika. Bedoeling: zowat 15 procent van Europa’s elektriciteitsproductie opwekken.

En vorige week kondigde EDF Energies Nouvelles (EDF EN) aan dat het een samenwerking opstartte met de Amerikaanse zonnepanelenfabricant First Solar. Er zal een kleine 90 miljoen euro geïnvesteerd worden in de bouw van een zonnepark met een initieel vermogen van zowat 100 Megawatt Peak (MWp). Vanaf de tweede helft van 2011 vinden zo meer dan 300 mensen een nieuwe baan. Daarmee start First Solar voor het eerst een project in Frankrijk. Het heeft al andere projecten lopen in Duitsland, de VS en Maleisië.

En in De Standaard van dit weekend lees ik dat de financiering van de eerste fase van een tweede Belgisch windpark op zee rond is. Dat tweede windpark zal verrijzen op de Blighbank, zo'n 47 kilometer uit de Belgische Kust. Initiatiefnemer Belwind hoopt in september 2010 de eerste stroom te produceren voor Electrabel. Het park zou een vermogen hebben van 165 megawatt (MW) . In een tweede fase zou de capaciteit zelfs opgetrokken worden tot 330 MW. Kostprijs van de eerste fase: 613,9 miljoen euro.

Het zijn berichten die me leuker in de oren klinken dan de keuze voor nieuwe kerncentrales. Dat de bouw van nieuwe kerncentrales overigens niet probleemloos verloopt, wordt duidelijk bewezen door de nieuwe Finse kerncentrale in Olkiluoto. Die bouw sleept nu al meer dan vier jaar aan. Het oorspronkelijke prijskaartje van 3 miljard euro loopt ondertussen al op tot meer dan 4,2 miljard. En het Franse Areva, de bouwer van het hele complex, durft al lang niet meer voorspellen wanneer de kerncentrale in gebruik zal kunnen worden genomen.

Mij lijkt in elk geval een resolute keuze voor hernieuwbare energiebronnen slimmer, schoner en goedkoper ...

vrijdag 12 juni 2009

Heel erg bedankt!

Het was voor mezelf en velen van jullie heel erg spannend. Uiteindelijk haalde ik de negende Vlaamse zetel op dertien. De tiende was voor Ivo Belet van CD&V, de elfde voor Derk-Jan Eppink (LDD), de twaalfde voor Dirk Sterckx (Open VLD) en de dertiende voor Said Al Khadraoui van SP.A.
Ik ben tevreden met mijn resultaat: 97.036 voorkeurstemmen op een totaal van 322.149 stemmen. Voor het Vlaams Parlement halen we 278.211 stemmen. We scoorden dus Europees zeer goed.

Maar ik ben ook heel blij met de resultaten van de groene partijen elders. De Groene groep in het EP zal fors uitbreiden. In het vorige parlement zetelden 43 leden, waarvan 35 groenen. In de komende periode nu al zeker 53, waarvan minstens 46 groenen. Ook de regionalisten van de EVA deden het goed: die groeien van 5 tot minstens 7 leden. De Oostenrijkers vaardigen opnieuw twee parlementsleden af. Ecolo stijgt van 1 naar 2. De Fransen stijgen van 6 naar 14. De Duitsers van 13 naar 14. Voor het eerst zal een Griekse groene in het EP zetelen. De Luxemburgers behouden hun zetel. GroenLinks van Nederland stijgt van 2 naar 3. De Catalaanse groenen behouden hun zetel. De Zweedse groenen verdubbelen hun aantal van 1 tot 2, net zoals de Finse groenen. En de Engelse groenen behouden hun twee zetels. Bij dit alles moet ook vermeld worden dat het vorige EP 785 parlementsleden telde en het nieuwe 736. Ons soortelijk gewicht verhoogt dus aanzienlijk! Al bij al een fantastisch resultaat.

De nieuwe fractie komt voor het eerst bijeen volgende week op 16 juni. Tijd dus om even te recupereren. Maar ik kan jullie garanderen dat ik er de komende vijf jaar weer keihard tegenaan zal gaan.

Groene groeten en nogmaals: bedankt voor alle steun, elke aanmoediging en de vele gelukwensen,

Bart Staes

donderdag 4 juni 2009

Europese heffing op aandelentransacties

Speculatieve transacties en de hitsige drang naar woekerwinsten moeten worden afgeremd. Dat is één van de lessen uit de kredietcrisis. Daarom pleit ik samen met de andere groene partijen in Europa, voor een Europawijde heffing op transacties in aandelen, andere effecten en kredietderivaten. Zo betaalt de financiële sector, die de crisis heeft veroorzaakt, mee aan een duurzaam herstel. Daar wil ik me, indien herverkozen, in een volgende zittingsperiode hard voor maken.

Het testosteronkapitalisme ondermijnt de stabiliteit van Europese bedrijven en financiële markten. Bedrijven staan onder druk om hun aandeelhouders hoge rendementen te bieden. Dat gaat vaak ten koste van een solide bedrijfsvoering, werknemers en duurzame investeringen. De opkomst van kredietderivaten, zoals ongedekte hypotheekobligaties en de fictieve doorverkoop van kredietrisico’s, heeft de financiële sector gedestabiliseerd.

Het feit dat nieuwe bonusrondes in Wall Street en the City toont aan dat de financiële macho’s een aantal essentiële lessen blijkbaar nog steeds niet geleerd hebben. Enige bescheidenheid is een ontbrekende eigenschap in deze sector. De testosteron giert nog door hun aderen. Een reden te meer om als overheden en wetgevers met concrete en structurele maatregelen te komen!

Een heffing op transacties maakt de snelle, speculatieve koop en verkoop van effecten, zoals bij short selling en het overvallen van bedrijven door hedgefunds, minder aantrekkelijk. Het wordt minder rendabel om het kleinste prijsverschil te exploiteren en financiële producten eindeloos te herverpakken tot derivaten waarvan de risico’s nauwelijks meer te doorgronden zijn. Daarentegen drukt de heffing nauwelijks op beleggers die investeren voor de lange termijn. Zo draagt de heffing bij aan de stabiliteit in de financiële sector.

Transacties binnen de financiële wereld zijn onbelast. Dat is waanzin. Het is onverdedigbaar dat de bankensector en de financiële wereld, de hoofdschuldige van de huidige crisis, fiscaal bevoordeeld wordt boven burgers en ondernemers. Met een transactieheffing kunnen we de sector laten meebetalen aan de duurzame economie van na de crisis.

Een heffing van bijvoorbeeld 0,01% op alle transacties in effecten en kredietderivaten binnen de Europese Unie levert tenminste 70 miljard euro per jaar op. Die opbrengst komt ten goede aan de Europese begroting. De EU kan dan de klimaatsteun aan ontwikkelingslanden op zich nemen. Dat ontlast meteen ook de begrotingen van de lidstaten.

Ontwikkelingslanden hebben het meest te lijden onder de kredietcrisis én de klimaatcrisis. Maar de crisis maakt EU-landen huiverig om arme landen hulp te beloven voor de aanpassing aan klimaatverandering, bescherming van bossen en investeringen in duurzame energie. Als er niet snel een concreet bod van de EU komt, van minstens 35 miljard euro per jaar , dreigt de klimaattop in Kopenhagen in december te mislukken. Terwijl iedereen weet dat we een mondiaal klimaatverdrag dringend nodig hebben.

De resterende opbrengst van de transactieheffing moet de EU gebruiken voor investeringen in een duurzame, innovatieve economie. Denk aan de aanleg van een Europees supernet voor groene stroom. Dat is een typische taak voor de Europese Unie.

maandag 1 juni 2009

Mijn strijdpunt voor Europa

De Green New Deal! De groenen stellen dat wat we nu meemaken een samenkomst is van drie, met elkaar verbonden crises: een economische, een ecologische en een sociale. De groene fractie in het EP verzet zich daarom tegen het promoten van een ‘Europees herstelplan’ dat bestaat in het terug op gang brengen van het oude model.

Het pompen van enorme sommen in dat model is dus een serieus risico op het verdiepen van de ecologische en sociale crises. Dus niet domweg de vraag aanjagen om zo de productie weer op peil te brengen. Volgens de groenen moet het economische herstelplan veel groter zijn, maar vooral beter gecoördineerd, doelgerichter dan hetgeen waartoe de Europese leiders besloten. Hieraan gekoppeld is er de noodzaak om nieuwe financiële financieringsinstrumenten mogelijk te maken, bestaande financieringsbronnen te heroriënteren (Europese Investeringsbank, Structuurfondsen enz).

De groenen vinden dat de huidige aanpak niet Europees genoeg is en bovendien niet consequent gefocust is op toekomstige behoeften. Energieproductie en -voorziening zijn hier cruciaal. Verschillende eng gedefinieerde nationale plannen moeten overkoepeld worden door een Europese energiestrategie.

Het is dus eenvoudig: de bulk van de geplande investeringen moeten naar duurzame, ecologische investeringen gaan. In de eerste plaats voor alles wat met energie te maken heeft, maar niet alleen daar. Europa moet na het landbouwbeleid nu proberen zelfvoorzienend te worden wat energie betreft.

Een gezamenlijke aanpak zal meer opbrengen dan de vrije markt ooit zou kunnen: lagere energiefacturen, minder energieafhankelijkheid van staten als Rusland, minder oorlogen om fossiele brandstoffen, een rem op klimaatverandering, een betere levenskwaliteit voor burgers (minder vervuiling).

Een vergroening van de economie heeft de potentie om miljoenen nieuwe en duurzame jobs in Europa te creëren en levert een dividend dat voor iedereen van belang is, niet alleen voor een handvol aandeelhouders. De Europese Commissie raamt het aantal groene jobs vandaag al op 3,5 miljoen. 8 miljoen als je ook allerlei toeleveranciers meerekent.

Een investering van 120 miljard euro in hernieuwbare energie (1 procent van het Europese BNP) zal volgens een recente studie al ruim 2 miljoen nieuwe jobs opleveren. Een investering van 100 miljard euro per jaar in groene technologie kan in heel Europa ongeveer 5 miljoen jobs opleveren, waarvan de helft in de komende twee jaar. De volgende industriële revolutie kan niet anders dan een Groene revolutie zijn. Gezondheid!

Tegelijk moet via strenge regulering, het financiële systeem weer stabiel en betrouwbaar gemaakt worden. Ten eerste via regelgeving die een te grote concentratie van geld en macht onmogelijk maakt. Banken moeten dus weer een precieze taakomschrijving krijgen en weer dienaars van de reële economie worden. De laatste decennia was dat principe juist omgedraaid.

Er moeten internationale regels komen omtrent afdwingbare transparantie, open boekhouding en supervisie, hetgeen dus vloekt met bankgeheimen en belastingparadijzen. De regels voor financiële instellingen betreffende de solvabiliteit en het doen van risicovolle transacties moeten scherper dan die onder de Basel II afspraken. Elke financiële instelling die zich niet wil onderwerpen aan internationale regels kan gesanctioneerd worden.

Er moet een bevoegdheid komen voor de Europese Centrale Bank als Europese financiële waakhond die op die regels toeziet en ook op internationaal niveau moet er zo’n supervisor komen. Vertrouwen is goed, controle is beter.

En tot slot, de zogenaamde Lissabon-strategie, het paradepaardje van Barroso. Die strategie moet dit jaar geëvalueerd worden. Duidelijk is dat een premisse van die strategie om vooruitgang te meten, niet deugt. Want economische groei kan geen doel op zichzelf zijn. Het moet gerelateerd worden aan indicatoren rond welzijn, leefbaarheid en ecologische grenzen.