Het vlees is zwak was de titel van een boek dat ik in 1996 samen met Jaak Vandemeulebroucke publiceerde. Een boek over de staat van onze vleesindustrie, drie jaar nadat ik ook samen met Vandemeulebroucke De hormonenmaffia redigeerde. De titel verwees naar het farmaceutisch gesjoemel en chemisch gerotzooi met de miljoenen dieren tellende veestapel, de consequenties voor die dieren en de gevolgen voor de volksgezondheid. Maar de titel verwees ook naar het menselijke gedrag achter dat onverantwoorde en vaak criminele gebruik van al dan niet legale middelen: platte hebzucht, fraude en geldgewin. Gedrag dat volkomen in lijn was en is met de westerse zoektocht naar steeds hogere productiecijfers en zo hoog mogelijke kortetermijnwinsten. Nu ik de reacties lees op de nieuwe resistente ESBL-superbacterie, is het vlees nog steeds in alle opzichten zwak.
Uitgerekend Piet Vanthemsche, Boerenbondvoorzitter en dierenarts, verklaarde gisteren in de krant "een beetje uit de lucht te vallen". "Als een bepaald soort antibioticum grote problemen zou stellen, dan zullen maatregelen getroffen moeten worden."
De Boerenbondbaas gebaart van krommenaas. Als dit de correcte weergave is van de Boerenbond-reactie, getuigt dat van een schandalige vorm van negationisme. Men weet immers al jarenlang donders goed wat er speelt.
Al decennia lang worden internationaal rapporten gepubliceerd over het feit dat overmatig gebruik van antibiotica bij mens en dier leidt tot resistentie. Al decennia wordt ook specifiek gewaarschuwd dat het (preventief) gebruik van antibiotica in de veeteelt uit de hand loopt. Ook in Het vlees is zwak waarschuwden we voor het massale gebruik van antibiotica-cocktails als groeibevorderaar, hoewel dat al was verboden door een Europese richtlijn uit 1970.
Alleen UZA-microbioloog Herman Goossens toonde zich de jongste dagen terecht pessimistisch over de ontstane situatie. Hij voorziet "binnen vijf jaar een ontzettend groot probleem" als we dit niet nu aanpakken. Met de kritische noot dat "we dit zeer moeilijk onder controle gaan krijgen."
En hij staat niet alleen. De Nederlandse Professor J. Kluytmans zei afgelopen zondag in het onderzoeksprogramma Zembla: "Ik vrees dat men pas maatregelen neemt op het moment dat er echt iets aantoonbaars mis gaat. En Professor John Degener zei dat de overheid al jaren op de hoogte is van de gevaren voor de volksgezondheid door buitensporig antibioticagebruik in de veeteelt: "Er zijn meerdere rapporten en adviezen gekomen van de Gezondheidsraad. Het stapelt zich op. We worden er langzamerhand moe van."
Gidsland Nederland
In Nederland reageert de overheid alerter. Enkele dagen geleden publiceerde de Nederlandse minister van Landbouw Gerda Verburg een advies met betrekking tot ESBL in Nederland, op basis van een kraakheldere en weinig verbloemende nota van een deskundigenberaad onder leiding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
Waar men in Nederland reageert, sust men in België en Vlaanderen: "We gaan het onderzoeken en bak uw kip wat langer." Minister van Volksgezondheid Onkelinkx zei zelfs: "Het is niet omdat het in Nederland zo erg is dat het dat bij ons ook hoeft te zijn."
Terwijl er sprake is van een antibiotica-alarm tonen de gelaten reacties in België aan dat onze overheid maar niet wil begrijpen dat er grenzen aan de groei zijn, iets wat de groene beweging al decennia zegt. Niet omdat we per se tegen groei zijn, maar omdat ongebreidelde groei op een gegeven moment op grenzen stuit. ESBL is zo'n grens. De winsten die farmaceutische bedrijven dankzij een onverantwoord intensief landbouwsysteem al decennia maken, worden afgewenteld op de gemeenschap via stijgende kosten in de gezondheidszorg.
Volgens het Europees centrum voor ziektebestrijding zijn in 2007 in Europa 8.000 mensen overleden als gevolg van besmetting met de ESBL-bacterie. Professor Kluytmans schat het aantal mensen dat in Nederland besmet is met ESBL op 1 miljoen: "Heel recent hebben we in ons ziekenhuis in Breda patiënten onderzocht op ESBL. We vonden het bij 6 à 7 procent van de mensen. Er is nu nog één antibioticum (carbapenem) dat kan worden ingezet. Maar als dat massaal gebruikt wordt tegen het resistente ESBL, komt ook daar resistentie voor, hetgeen wereldwijd al wordt gesignaleerd in ziekenhuizen en verpleeghuizen, met name in landen rond de Middellandse Zee.
Volgens RIVM-directeur R.A. Coutinho spelen ook hier weer economische belangen een rol: "Wat je moet doen, is antibioticagebruik in de dierhouderij terugbrengen. En niet alleen in Nederland, ook in andere landen." Maar: "Er zitten een heleboel partijen bij die belangen hebben, dus er moet echt iets gebeuren voordat mensen iets gaan doen. Het is een economische factor, het kost gewoon geld, er is concurrentie in de sector."
Gidsland Denemarken
Toch kan het anders. In Denemarken, een land met een grote veestapel, werkt men al vele jaren met antibioticavrije stallen. Voedselveiligheid en consument staan voorop, dierenartsen controleren de veebedrijven, de overheid controleert de dierenartsen. Onoordeelkundig gebruik van medicijnen wordt er door de overheid opgespoord en streng vervolgd. Dit Deense beleid moet Europees en wereldwijd navolging krijgen. Ik zal de Vlaamse minister van landbouw, de Boerenbondvoorzitter en mevrouw Onkelinkx eens een overzichtje van alle vakliteratuur ter zake opsturen. Dan kunnen ze niet langer "uit de lucht vallen" en hebben ze voldoende argumenten om een ander, gezonder landbouwbeleid te bepleiten. Zeker nu de discussie over het uitwerken van een nieuwe Europees landbouwbeleid na 2013 op de Europese agenda staat.
(Tekst verschenen in De Morgen van 14 april 2010)
woensdag 14 april 2010
vrijdag 9 april 2010
UN climate talks revive to face up to Copenhagen hangover
UN climate talks revive to face up to Copenhagen hangoverThe UNFCCC will meet for the first time this year in Bonn this weekend. Plotting the course of the climate talks for 2010 will be no easy task, with Copenhagen still looming large in the rearview mirror...
Climate change negotiators from around the world will meet in Bonn this weekend for the first time in 2010. Ostensibly, the 3-day meeting will aim to set out the work programme for the UN talks in the run-up to this year's summit in Mexico (COP16). Effectively, this means picking up the pieces after the debacle in Copenhagen.
The UNFCCC functions through two negotiating tracks or working groups (on long-term cooperative action - AWG-LCA - and the Kyoto Protocol - AWG-KP), which work on the issues to be covered by an international agreement. These working groups made far less progress - in terms of resolving the outstanding issues - than had been hoped for at Copenhagen.
Both working groups do have mandates continue their work, based on their final reports adopted in Copenhagen. However, the mandate for the AWG-LCA does not contain language requesting a legally-binding instrument, despite significant efforts from some parties to get it agreed.
The question of whether a second commitment period after 2012 under Kyoto Protocol should be part of the final outcome was put back on the agenda by the Chinese climate change negotiator on a visit to Europe. He urged the EU to keep to its commitments under the Kyoto Protocol beyond its current phase. This prompted the UK government to indicate its openness to a continuation of Kyoto, however, the European Commission remains sceptical about the prospect of two separate climate treaties.
Depressingly, most the main issues still remain open. These include: the level and nature of emissions reductions for developed countries and climate financing for developing countries (including fast track financing to be ready from next year). While the Copenhagen Accord dealt with these issues, it was far from conclusive.
Other issues, include agreement on how to monitor and verify emissions reductions, compliance arrangements, market mechanisms (existing and new), LULUCF (how to account for emissions from land use and land use change and forestry), REDD+ (how to reduce emissions from deforestation and forest degradation), the architecture for climate financing, bunker fuels (including proposals for a tax) and the inclusion of HFCs, a group of very potent greenhouse gases whose concentrations are growing rapidly.
These issues will all need to be resolved in advance of a full, legally-binding UN treaty. So, even if the final treaty is not concluded in 2010, many of these issues will still have to be resolved this year already in order for there to be a final treaty next year. (see blog)
All of this of course ignores the elephant in the room: the Copenhagen Accord itself.
To date, over 120 of the 193 parties to the UNFCCC have made submissions on the accord. The vast majority of these have indicated their willingness to associate with the accord. However some, like Ecuador, Nauru, Kuwait and the Cook Islands, have officially ruled out association. Many of those parties yet to respond are also critical of the accord (like Venezuela, Bolivia, Cuba and Saudi Arabia).
The proponents of the accord want its content 'anchored' in the UNFCCC process, as the European Commission puts it (see blog). This would mean implementing its conclusions on climate financing, for example, under a UN framework.
However, clearly a number of countries oppose the accord outright. Meanwhile, some of the key countries that are associated see it merely as a political statement external to the UN climate process that merely gives some kind of guidance to the process.
With such fundamental issues still wide open, it is little wonder that key figures continue to play down expectations for the UN climate talks in 2010.
As for the EU, which did not cover itself in glory in Copenhagen, it is running out of time to proactively shape the UN climate talks. The spring summit of European leaders made no real progress on sorting out the unresolved issues in the EU position (see blog).
The EU needs to make clear that it will oppose the inclusion of any loopholes (like the banking of surplus AAUs, a.k.a. 'hot air', and dodgy accounting rules for emissions from LULUCF, i.e. forestry). Upping the EU's emissions pledge to an unconditional 30% reduction would also be a major statement of intent with regards to 'reinvigorating global action on climate change'. Finally, it needs to swiftly implement its promise to give €2.4bn per year in fast-start climate financing to developing countries. It should also make clear that this will be new funding and additional to existing development aid promises.
Climate change negotiators from around the world will meet in Bonn this weekend for the first time in 2010. Ostensibly, the 3-day meeting will aim to set out the work programme for the UN talks in the run-up to this year's summit in Mexico (COP16). Effectively, this means picking up the pieces after the debacle in Copenhagen.
The UNFCCC functions through two negotiating tracks or working groups (on long-term cooperative action - AWG-LCA - and the Kyoto Protocol - AWG-KP), which work on the issues to be covered by an international agreement. These working groups made far less progress - in terms of resolving the outstanding issues - than had been hoped for at Copenhagen.
Both working groups do have mandates continue their work, based on their final reports adopted in Copenhagen. However, the mandate for the AWG-LCA does not contain language requesting a legally-binding instrument, despite significant efforts from some parties to get it agreed.
The question of whether a second commitment period after 2012 under Kyoto Protocol should be part of the final outcome was put back on the agenda by the Chinese climate change negotiator on a visit to Europe. He urged the EU to keep to its commitments under the Kyoto Protocol beyond its current phase. This prompted the UK government to indicate its openness to a continuation of Kyoto, however, the European Commission remains sceptical about the prospect of two separate climate treaties.
Depressingly, most the main issues still remain open. These include: the level and nature of emissions reductions for developed countries and climate financing for developing countries (including fast track financing to be ready from next year). While the Copenhagen Accord dealt with these issues, it was far from conclusive.
Other issues, include agreement on how to monitor and verify emissions reductions, compliance arrangements, market mechanisms (existing and new), LULUCF (how to account for emissions from land use and land use change and forestry), REDD+ (how to reduce emissions from deforestation and forest degradation), the architecture for climate financing, bunker fuels (including proposals for a tax) and the inclusion of HFCs, a group of very potent greenhouse gases whose concentrations are growing rapidly.
These issues will all need to be resolved in advance of a full, legally-binding UN treaty. So, even if the final treaty is not concluded in 2010, many of these issues will still have to be resolved this year already in order for there to be a final treaty next year. (see blog)
All of this of course ignores the elephant in the room: the Copenhagen Accord itself.
To date, over 120 of the 193 parties to the UNFCCC have made submissions on the accord. The vast majority of these have indicated their willingness to associate with the accord. However some, like Ecuador, Nauru, Kuwait and the Cook Islands, have officially ruled out association. Many of those parties yet to respond are also critical of the accord (like Venezuela, Bolivia, Cuba and Saudi Arabia).
The proponents of the accord want its content 'anchored' in the UNFCCC process, as the European Commission puts it (see blog). This would mean implementing its conclusions on climate financing, for example, under a UN framework.
However, clearly a number of countries oppose the accord outright. Meanwhile, some of the key countries that are associated see it merely as a political statement external to the UN climate process that merely gives some kind of guidance to the process.
With such fundamental issues still wide open, it is little wonder that key figures continue to play down expectations for the UN climate talks in 2010.
As for the EU, which did not cover itself in glory in Copenhagen, it is running out of time to proactively shape the UN climate talks. The spring summit of European leaders made no real progress on sorting out the unresolved issues in the EU position (see blog).
The EU needs to make clear that it will oppose the inclusion of any loopholes (like the banking of surplus AAUs, a.k.a. 'hot air', and dodgy accounting rules for emissions from LULUCF, i.e. forestry). Upping the EU's emissions pledge to an unconditional 30% reduction would also be a major statement of intent with regards to 'reinvigorating global action on climate change'. Finally, it needs to swiftly implement its promise to give €2.4bn per year in fast-start climate financing to developing countries. It should also make clear that this will be new funding and additional to existing development aid promises.
woensdag 24 maart 2010
Leren uit het Griekse drama
“Communisme stapte af van het marktmechanisme en installeerde een collectieve controle over alle economische activiteiten. Markt-fundamentalisme tracht dan weer alle vormen van collectieve besluitvorming te bannen in een poging de suprematie van marktwaarden over politieke en sociale waarden te betonneren. Beide extremen zijn fout. We hebben nood aan een correcte balans tussen politiek en markten, tussen het opstellen van correcte regels en het correct volgen van deze regels.”
Bovenstaande gevleugelde woorden komen niet uit de pen van een bevlogen politicus of een vermaarde filosoof, ze werden neergepend door George Soros, belegger par excellence. Dezelfde Soros kegelde op 16 september 1992 eigenhandig het Britse pond uit het European Exchange Rate Mechanism en wordt, als ‘s werelds grootste belegger, ook nu weer verdacht van massieve speculatie tegen de euro.
Soros hamert al vele jaren op systemische fouten in het euro-project. In 1992 gebruikte hij zijn inzichten om op één dag een slordige 1 miljard dollar rijker te worden. De huidige aanval op de euro lijkt fundamenteler en zal naar zijn inschatting de euro niet enkel tot onder de 0,80 dollar jagen, maar het hele euro-project op losse schroeven zetten.
Het wordt dus tijd dat de landen uit de eurozone al hun politieke moed bijeen rapen en de problemen van hun financiële systeem ten gronde aanpakken. Het huidige gekibbel rond steun aan Griekenland is niet enkel pijnlijk voor alle betrokken partijen, maar gaat ook compleet voorbij aan de diepere oorzaken van de huidige crisis. Voor het europroject liep het ook wel eens mis met de begroting van Europese landen, waarom kunnen we niet gewoon teruggrijpen naar de recepten van weleer?
België kreunde in de eerste helft van de jaren ’80 onder begrotingstekorten (1981:13% van het BNP; 1982: 11,2%; 1983: 11,4%; 1984: 9,2%; 1985: 8,6%; 1986: 8,9%; 1987: 7,1%; 1988: 6,4%; 1989: 6,5% ) en een overheidsschuld die uiteindelijk opliep tot 139% van het BNP in 1993. Beiden waren relatief net iets groter dan die van Griekenland nu (voor 2009 werd er een deficit opgetekend van 13% en een schuld 125% van het BNP, voor 2010 mikt Griekenland momenteel echter op een deficit van 8,7%). Een devaluatie en een aangepast begrotingsbeleid volstonden om onze rentesneeuwbal langzaam aan te laten wegsmelten. Waarom is het Griekse probleem dan zoveel groter?
Eigenlijk is het antwoord simpel: onzekerheid. Toen de regels voor de eurozone werden opgesteld ging men er van uit dat de Maastricht-regels waaronder de 3%-norm volstonden om fundamentele begrotingsproblemen te voorkomen. Daardoor werden er geen duidelijke regels opgesteld over wat de Europese Unie moet doen als het fout loopt.
Normaal gezien is schuld in binnenlandse deviezen ‘veilige schuld’. Er is namelijk altijd de devaluatie-noodrem om de schuld terug te dringen. In 1982 maakte België dan ook gebruik van deze noodrem om uit haar precaire situatie te raken (devaluatie van 8,5% binnen het Europese Muntsysteem). Enkel schuld in buitenlandse deviezen kan een land dus naar de financiële afgrond brengen. Maar is de Griekse schuld nu een schuld in binnenlandse of buitenlandse deviezen? Kan Griekenland uit de eurozone gekegeld worden? Wat gebeurt er als Griekenland failliet gaat?
Op al deze vragen waarop we vandaag geen antwoord kunnen geven, zouden we kunnen oplossen door heldere regelgeving. Zonder een duidelijk kader is onzekerheid troef en elke belegger weet dat onzekerheid geld kost. Onzekerheid brengt namelijk risico’s met zich mee en net dat risico zorgt voor een uitzichtloze Griekse situatie. Griekenland wil drastisch saneren, maar kan door de manifeste onduidelijkheid omtrent haar toekomst in de eurozone geen geld meer ontlenen aan redelijke intrestvoeten (ter vergelijking: Duitsland ontleent aan 3,08%, Griekenland aan meer dan het dubbele, nl 6,49%). Een duidelijk en correct gereguleerde euro brengt stabiliteit, maar de onduidelijkheid in het huidige project brengt vooral extra kosten en volatiliteit.
Er zijn echter niet alleen duidelijke afspraken nodig omtrent faillissementen van soevereine landen en de aanpak van crisissen binnen de eurozone, er moet ook eens gekeken worden naar de regelgeving in de financiële sector. Theoretisch gezien is deze sector van cruciaal belang voor de goede werking van onze reële economie, maar de bestaande manke regelgeving zorgt ervoor dat ook wilde speculatie tegen deze reële economie erg winstgevend kan zijn.
In politieke middens wordt vaak al te gemakkelijk de stelling ingenomen dat ‘shorten’ de oorzaak van alle kwaad is, maar deze populistische visie gaat voorbij aan de werkelijke kernoorzaken van de niet aflatende opeenvolging aan financiële schandalen en crisissen. Het probleem ligt niet zozeer bij het feit dat mensen inzetten tegen een koers, maar wel bij het feit dat ze dit ‘naakt’ doen, of met een ‘leverage’ die een verstorend effect heeft op de normale marktwerking.
Maar het probleem reikt verder. Investeringsbanken helpen Griekenland via boekhoudkundige en financiële spitstechnologie in het verbergen en bestendigen van hun wanbeleid. Vervolgens gaan deze zelfde banken dan beleggen tegen het falende Griekse beleid. Volstaat een betere regelgeving omtrent speculatie, of moeten ook de misbruiken via boekhoudkundige en financiële spitstechnologie onder handen genomen worden? Als banken werken als ‘enablers’ voor bedrieglijk beleid, mogen we dan blind blijven voor hun rol hierin? Zonder ondersteunende banken had Griekenland haar bedrog namelijk nooit kunnen volhouden. Welk beleid heeft dan meer succes, datgene dat enkel gebruikers aanpakt, of datgene dat ook de dealers bestraft?
Het is duidelijk: er moet een sterkere centrale, overkoepelende sturing en controle zijn van de Europese financiële markten. Dat kan door een versterking en uitbouw van de Europese Centrale Bank of door oprichting van één of meerdere extra Europese instellingen met duidelijke slagkracht op vlak van controle en sanctionering. Er moeten ook duidelijke afspraken zijn over wat er gebeurt als het grondig fout loopt.
Herman Van Rompuy kan, 60 jaar na Paul Henri Spaak, op zijn beurt een historische rol spelen op het Europese forum. Alle spelers zitten rond tafel. Laat ze niet enkel debatteren en discussiëren, maar laat ze, in het belang van alle Europese landen en hun miljoenen inwoners, vooral ook duidelijke en afdwingbare regels maken.
Bovenstaande gevleugelde woorden komen niet uit de pen van een bevlogen politicus of een vermaarde filosoof, ze werden neergepend door George Soros, belegger par excellence. Dezelfde Soros kegelde op 16 september 1992 eigenhandig het Britse pond uit het European Exchange Rate Mechanism en wordt, als ‘s werelds grootste belegger, ook nu weer verdacht van massieve speculatie tegen de euro.
Soros hamert al vele jaren op systemische fouten in het euro-project. In 1992 gebruikte hij zijn inzichten om op één dag een slordige 1 miljard dollar rijker te worden. De huidige aanval op de euro lijkt fundamenteler en zal naar zijn inschatting de euro niet enkel tot onder de 0,80 dollar jagen, maar het hele euro-project op losse schroeven zetten.
Het wordt dus tijd dat de landen uit de eurozone al hun politieke moed bijeen rapen en de problemen van hun financiële systeem ten gronde aanpakken. Het huidige gekibbel rond steun aan Griekenland is niet enkel pijnlijk voor alle betrokken partijen, maar gaat ook compleet voorbij aan de diepere oorzaken van de huidige crisis. Voor het europroject liep het ook wel eens mis met de begroting van Europese landen, waarom kunnen we niet gewoon teruggrijpen naar de recepten van weleer?
België kreunde in de eerste helft van de jaren ’80 onder begrotingstekorten (1981:13% van het BNP; 1982: 11,2%; 1983: 11,4%; 1984: 9,2%; 1985: 8,6%; 1986: 8,9%; 1987: 7,1%; 1988: 6,4%; 1989: 6,5% ) en een overheidsschuld die uiteindelijk opliep tot 139% van het BNP in 1993. Beiden waren relatief net iets groter dan die van Griekenland nu (voor 2009 werd er een deficit opgetekend van 13% en een schuld 125% van het BNP, voor 2010 mikt Griekenland momenteel echter op een deficit van 8,7%). Een devaluatie en een aangepast begrotingsbeleid volstonden om onze rentesneeuwbal langzaam aan te laten wegsmelten. Waarom is het Griekse probleem dan zoveel groter?
Eigenlijk is het antwoord simpel: onzekerheid. Toen de regels voor de eurozone werden opgesteld ging men er van uit dat de Maastricht-regels waaronder de 3%-norm volstonden om fundamentele begrotingsproblemen te voorkomen. Daardoor werden er geen duidelijke regels opgesteld over wat de Europese Unie moet doen als het fout loopt.
Normaal gezien is schuld in binnenlandse deviezen ‘veilige schuld’. Er is namelijk altijd de devaluatie-noodrem om de schuld terug te dringen. In 1982 maakte België dan ook gebruik van deze noodrem om uit haar precaire situatie te raken (devaluatie van 8,5% binnen het Europese Muntsysteem). Enkel schuld in buitenlandse deviezen kan een land dus naar de financiële afgrond brengen. Maar is de Griekse schuld nu een schuld in binnenlandse of buitenlandse deviezen? Kan Griekenland uit de eurozone gekegeld worden? Wat gebeurt er als Griekenland failliet gaat?
Op al deze vragen waarop we vandaag geen antwoord kunnen geven, zouden we kunnen oplossen door heldere regelgeving. Zonder een duidelijk kader is onzekerheid troef en elke belegger weet dat onzekerheid geld kost. Onzekerheid brengt namelijk risico’s met zich mee en net dat risico zorgt voor een uitzichtloze Griekse situatie. Griekenland wil drastisch saneren, maar kan door de manifeste onduidelijkheid omtrent haar toekomst in de eurozone geen geld meer ontlenen aan redelijke intrestvoeten (ter vergelijking: Duitsland ontleent aan 3,08%, Griekenland aan meer dan het dubbele, nl 6,49%). Een duidelijk en correct gereguleerde euro brengt stabiliteit, maar de onduidelijkheid in het huidige project brengt vooral extra kosten en volatiliteit.
Er zijn echter niet alleen duidelijke afspraken nodig omtrent faillissementen van soevereine landen en de aanpak van crisissen binnen de eurozone, er moet ook eens gekeken worden naar de regelgeving in de financiële sector. Theoretisch gezien is deze sector van cruciaal belang voor de goede werking van onze reële economie, maar de bestaande manke regelgeving zorgt ervoor dat ook wilde speculatie tegen deze reële economie erg winstgevend kan zijn.
In politieke middens wordt vaak al te gemakkelijk de stelling ingenomen dat ‘shorten’ de oorzaak van alle kwaad is, maar deze populistische visie gaat voorbij aan de werkelijke kernoorzaken van de niet aflatende opeenvolging aan financiële schandalen en crisissen. Het probleem ligt niet zozeer bij het feit dat mensen inzetten tegen een koers, maar wel bij het feit dat ze dit ‘naakt’ doen, of met een ‘leverage’ die een verstorend effect heeft op de normale marktwerking.
Maar het probleem reikt verder. Investeringsbanken helpen Griekenland via boekhoudkundige en financiële spitstechnologie in het verbergen en bestendigen van hun wanbeleid. Vervolgens gaan deze zelfde banken dan beleggen tegen het falende Griekse beleid. Volstaat een betere regelgeving omtrent speculatie, of moeten ook de misbruiken via boekhoudkundige en financiële spitstechnologie onder handen genomen worden? Als banken werken als ‘enablers’ voor bedrieglijk beleid, mogen we dan blind blijven voor hun rol hierin? Zonder ondersteunende banken had Griekenland haar bedrog namelijk nooit kunnen volhouden. Welk beleid heeft dan meer succes, datgene dat enkel gebruikers aanpakt, of datgene dat ook de dealers bestraft?
Het is duidelijk: er moet een sterkere centrale, overkoepelende sturing en controle zijn van de Europese financiële markten. Dat kan door een versterking en uitbouw van de Europese Centrale Bank of door oprichting van één of meerdere extra Europese instellingen met duidelijke slagkracht op vlak van controle en sanctionering. Er moeten ook duidelijke afspraken zijn over wat er gebeurt als het grondig fout loopt.
Herman Van Rompuy kan, 60 jaar na Paul Henri Spaak, op zijn beurt een historische rol spelen op het Europese forum. Alle spelers zitten rond tafel. Laat ze niet enkel debatteren en discussiëren, maar laat ze, in het belang van alle Europese landen en hun miljoenen inwoners, vooral ook duidelijke en afdwingbare regels maken.
zondag 27 december 2009
Sinds 1998 5,4 miljoen doden ten gevolge van de oorlog in Congo!
Ik ben het “Congo dagboek 1996-2009” van journalist Guy Poppe aan het lezen. Op bladzijde 253-254 verwijst hij in zijn dagboeknotities van 6 januari 2006 naar een studie van het International Rescue Committee waaruit blijkt dat sinds 1998 er in Congo 3,9 miljoen mensen stierven als gevolg van de oorlog.
Ik was een beetje nieuwsgierig en ging dus zelf even snel op zoek naar de cijfers eind 2009. Blijkt dat het aantal doden ondertussen opgelopen is tot 5,4 miljoen mensen. Iedere maand sterven er tengevolge van de oorlog 45.000 mensen. Dat zijn er al 7.000 per maand meer dan in 2006 want in het dagboek van Guy Poppe lees ik: “Elke maand sterven er 38.000 Congolezen, die in een ander Afrikaans land waar vrede heerst, in leven zouden blijven, schrijft IRC. (…) Eén van de directeuren Richard Brennan heeft zijn eerste commentaar al geopperd: ‘Congo is de voorbije zestig jaar de dodelijkste crisis ter wereld. De onwetenheid over schaal en impact ervan is bijna universeel en de internationale toezeggingen staan absoluut niet in verhouding tot de humanitaire noden.’
We zijn ondertussen vier jaar verder en de toestand is er nog altijd even hopeloos. Op de website van IRC lees ik: ‘The vast majority died from non-violent causes such as malaria, diarrhea, pneumonia and malnutrition--easily preventable and treatable conditions when people have access to health care and nutritious food.’ Ondertussen publiceerde het IRC een nieuw rapport. En op de website is ook een reportage te zien van het CBS-programma Sixty Minutes. Bloedstollend.
Ik was een beetje nieuwsgierig en ging dus zelf even snel op zoek naar de cijfers eind 2009. Blijkt dat het aantal doden ondertussen opgelopen is tot 5,4 miljoen mensen. Iedere maand sterven er tengevolge van de oorlog 45.000 mensen. Dat zijn er al 7.000 per maand meer dan in 2006 want in het dagboek van Guy Poppe lees ik: “Elke maand sterven er 38.000 Congolezen, die in een ander Afrikaans land waar vrede heerst, in leven zouden blijven, schrijft IRC. (…) Eén van de directeuren Richard Brennan heeft zijn eerste commentaar al geopperd: ‘Congo is de voorbije zestig jaar de dodelijkste crisis ter wereld. De onwetenheid over schaal en impact ervan is bijna universeel en de internationale toezeggingen staan absoluut niet in verhouding tot de humanitaire noden.’
We zijn ondertussen vier jaar verder en de toestand is er nog altijd even hopeloos. Op de website van IRC lees ik: ‘The vast majority died from non-violent causes such as malaria, diarrhea, pneumonia and malnutrition--easily preventable and treatable conditions when people have access to health care and nutritious food.’ Ondertussen publiceerde het IRC een nieuw rapport. En op de website is ook een reportage te zien van het CBS-programma Sixty Minutes. Bloedstollend.
dinsdag 15 december 2009
Koffieoorlog is van cruciaal belang!
De krant De Morgen maakt vandaag melding van het feit dat ‘Douwe Egberts een koffieoorlog ontketent’. Er wordt bericht over verschillende rechtszaken van Douwe Egberts tegen lokale of regionale overheden die besloten om voor Max Havelaar koffie te kiezen. Ik volg dit dossier al geruime tijd. Anders dan in het artikel staat werd er door de Europese Commissie helemaal géén brief naar de Nederlandse provincie Groningen gestuurd om te melden dat de provincie de wet overtreedt door voor Max Havelaar te kiezen.
De Europese richtlijnen bieden op het vlak van openbare aanbesteding aan overheden en bedrijven perfect de mogelijkheid om te kiezen voor die fair trade-producten die ook echt rekening houden met mens en milieu. Het Europees Parlement heeft er altijd op gewezen dat de richtlijnen voor openbare aanbesteding helemaal niet voorschrijven dat men voor de meest goedkope bieder moet kiezen, maar ook rekening kan houden met milieutechnische en sociale criteria. En zo kan men kiezen voor ‘het economisch meest voordelige aanbod’. Het is daarbij wel van belang dat men bij het uitschrijven van die openbare aanbesteding, zeer nauwkeurig omschrijft aan welke criteria die producten moeten voldoen.
Hier ligt nog een belangrijke educatieve opdracht: overheden en anderen duidelijk maken hoe ze die gunningsprocedure zo kunnen formuleren dat ze én rekening houden met het belang van fair trade én juridisch waterdicht zijn. Daar bestaan al handboeken voor. Er is wel nood aan een Europese harmonisering van nationale en regionale fair trade labels.
De juridische procedureslag tussen koffieproducent Douwe Egberts, onderdeel van multinational Sara Lee, en Max Havelaar en regionale overheden is een cruciaal voorbeeld van de strijd voor een meer rechtvaardige geglobaliseerde economie.
Iedereen heeft al jaren de mond vol van duurzaam ondernemen, van de nood aan meer bedrijfsethiek en van het samengaan van ‘people, planet en profit’. Nu blijkt dat dit concept inderdaad werkt en steeds meer overheden hun verantwoordelijkheid tonen door die producten aan te kopen die de landen van herkomst en de producenten een eerlijke prijs biedt, toont multinational Sara Lee zich een slechte verliezer.
Net op een moment dat ontwikkelingssamenwerking onder vuur ligt, zou het cruciale belang van fair trade of eerlijke handel, intussen voor iedereen duidelijk moeten zijn. Pas als westerse consumenten bereid zijn een prijs te betalen voor grondstoffen uit ontwikkelingslanden, kunnen die landen en hun bevolking ontsnappen aan de vicieuze cirkel van onderontwikkeling, armoede en geweld. Consumenten zijn vaak ook bereid dat te doen als zij weten dat bedrijven ook bereid zijn die betere prijs door te betalen aan boeren en lokale producenten. Dan komt de welvaart eindelijk terecht waar die al vele decennia had moeten terecht komen. Sara Lee mag best een beetje minder winst maken als dat de verpauperde koffieboeren en daarmee hele regio’s helpt. Het is vanuit moreel oogpunt onbegrijpelijk dat Douwe Egberts – anders dan vele andere koffie-, en cacaobedrijven - dat maar niet wil inzien en zich niet aansluit bij het keurmerk Max Havelaar.
Ik vraag landgenoot Karel De Gucht om als aanstaand Europees Commissaris voor Handel het dossier van eerlijke handel bovenaan zijn politieke agenda te plaatsen. Als oud-minister van Buitenlandse zaken en als huidig Eurocommissaris voor ontwikkelingssamenwerking wéét De Gucht immers als geen ander dat dit dossier een sleutel is om uit de armoedespiraal te geraken.
De Europese richtlijnen bieden op het vlak van openbare aanbesteding aan overheden en bedrijven perfect de mogelijkheid om te kiezen voor die fair trade-producten die ook echt rekening houden met mens en milieu. Het Europees Parlement heeft er altijd op gewezen dat de richtlijnen voor openbare aanbesteding helemaal niet voorschrijven dat men voor de meest goedkope bieder moet kiezen, maar ook rekening kan houden met milieutechnische en sociale criteria. En zo kan men kiezen voor ‘het economisch meest voordelige aanbod’. Het is daarbij wel van belang dat men bij het uitschrijven van die openbare aanbesteding, zeer nauwkeurig omschrijft aan welke criteria die producten moeten voldoen.
Hier ligt nog een belangrijke educatieve opdracht: overheden en anderen duidelijk maken hoe ze die gunningsprocedure zo kunnen formuleren dat ze én rekening houden met het belang van fair trade én juridisch waterdicht zijn. Daar bestaan al handboeken voor. Er is wel nood aan een Europese harmonisering van nationale en regionale fair trade labels.
De juridische procedureslag tussen koffieproducent Douwe Egberts, onderdeel van multinational Sara Lee, en Max Havelaar en regionale overheden is een cruciaal voorbeeld van de strijd voor een meer rechtvaardige geglobaliseerde economie.
Iedereen heeft al jaren de mond vol van duurzaam ondernemen, van de nood aan meer bedrijfsethiek en van het samengaan van ‘people, planet en profit’. Nu blijkt dat dit concept inderdaad werkt en steeds meer overheden hun verantwoordelijkheid tonen door die producten aan te kopen die de landen van herkomst en de producenten een eerlijke prijs biedt, toont multinational Sara Lee zich een slechte verliezer.
Net op een moment dat ontwikkelingssamenwerking onder vuur ligt, zou het cruciale belang van fair trade of eerlijke handel, intussen voor iedereen duidelijk moeten zijn. Pas als westerse consumenten bereid zijn een prijs te betalen voor grondstoffen uit ontwikkelingslanden, kunnen die landen en hun bevolking ontsnappen aan de vicieuze cirkel van onderontwikkeling, armoede en geweld. Consumenten zijn vaak ook bereid dat te doen als zij weten dat bedrijven ook bereid zijn die betere prijs door te betalen aan boeren en lokale producenten. Dan komt de welvaart eindelijk terecht waar die al vele decennia had moeten terecht komen. Sara Lee mag best een beetje minder winst maken als dat de verpauperde koffieboeren en daarmee hele regio’s helpt. Het is vanuit moreel oogpunt onbegrijpelijk dat Douwe Egberts – anders dan vele andere koffie-, en cacaobedrijven - dat maar niet wil inzien en zich niet aansluit bij het keurmerk Max Havelaar.
Ik vraag landgenoot Karel De Gucht om als aanstaand Europees Commissaris voor Handel het dossier van eerlijke handel bovenaan zijn politieke agenda te plaatsen. Als oud-minister van Buitenlandse zaken en als huidig Eurocommissaris voor ontwikkelingssamenwerking wéét De Gucht immers als geen ander dat dit dossier een sleutel is om uit de armoedespiraal te geraken.
vrijdag 11 december 2009
Eurotop vermijdt blamage, maar toont onvoldoende leiderschap
Met de belofte van 7,2 miljard euro klimaatsteun voor ontwikkelingslanden in de komende drie jaar stuurt de eurotop een klein vonkje van hoop naar de klimaattop in Kopenhagen. Echt leiderschap tonen de Europese regeringsleiders helaas niet.
De regeringsleiders hadden de kans om een forse impuls te geven aan de moeizame onderhandelingen in Kopenhagen. Daarvoor hadden zij moeten besluiten om, onafhankelijk van andere landen, de Europese uitstoot van broeikasgassen met 30 procent te verminderen in 2020. Die kans hebben ze helaas gemist.
De EU-landen stellen 2,4 miljard euro per jaar aan fast-start klimaatsteun beschikbaar voor ontwikkelingslanden. Zo is het Europese bod voor Kopenhagen toch nog wat concreter geworden. Daarmee heeft het Zweedse voorzitterschap een volledige blamage weten te vermijden. We moeten echter afwachten hoeveel van dit geld echt nieuw geld is. Als het uit bestaande budgetten voor ontwikkelingssamenwerking komt, worden de arme landen blij gemaakt met een dode mus.”
Ik ben blij dat een heffing op financiële transacties voor geen enkel EU-land meer taboe is. Op deze politieke doorbraak wachten we al jaren. Zo’n heffing helpt bij het stabiliseren van financiële markten en levert inkomsten op die ook voor klimaatsteun aan ontwikkelingslanden kunnen worden aangewend. Tegen 2020 is daarvoor minstens 110 miljard euro per jaar nodig. Als het niet lukt om Obama te overtuigen van de voordelen van een Tobintax-nieuwe-stijl, dan moet de EU niet aarzelen om deze zelf door te voeren.
Merkwaardig is ook dat in de conclusies van de Europese Raad geen gebenedijd woord terug te vinden is over Palestina, Oost-Jeruzalemn en Israël. Het Zweeds voorzitterschap probeerde nochtans hierin enkele stappen in de goede richting te zetten. Maar de ontwerpteksten lekten uit, Israël reageerde furieus en ... de 27 staatshoofden en regeringsleiders kropen mooi terug in hun hok. Erg moedig is dat allemaal niet. Vandaar dat ik blijf pleiten voor het op gang brengen van een debat over het opstarten van een boycot van Israëlische producten. De Israëli's verstaan m.i. alleen dat soort taal.
De regeringsleiders hadden de kans om een forse impuls te geven aan de moeizame onderhandelingen in Kopenhagen. Daarvoor hadden zij moeten besluiten om, onafhankelijk van andere landen, de Europese uitstoot van broeikasgassen met 30 procent te verminderen in 2020. Die kans hebben ze helaas gemist.
De EU-landen stellen 2,4 miljard euro per jaar aan fast-start klimaatsteun beschikbaar voor ontwikkelingslanden. Zo is het Europese bod voor Kopenhagen toch nog wat concreter geworden. Daarmee heeft het Zweedse voorzitterschap een volledige blamage weten te vermijden. We moeten echter afwachten hoeveel van dit geld echt nieuw geld is. Als het uit bestaande budgetten voor ontwikkelingssamenwerking komt, worden de arme landen blij gemaakt met een dode mus.”
Ik ben blij dat een heffing op financiële transacties voor geen enkel EU-land meer taboe is. Op deze politieke doorbraak wachten we al jaren. Zo’n heffing helpt bij het stabiliseren van financiële markten en levert inkomsten op die ook voor klimaatsteun aan ontwikkelingslanden kunnen worden aangewend. Tegen 2020 is daarvoor minstens 110 miljard euro per jaar nodig. Als het niet lukt om Obama te overtuigen van de voordelen van een Tobintax-nieuwe-stijl, dan moet de EU niet aarzelen om deze zelf door te voeren.
Merkwaardig is ook dat in de conclusies van de Europese Raad geen gebenedijd woord terug te vinden is over Palestina, Oost-Jeruzalemn en Israël. Het Zweeds voorzitterschap probeerde nochtans hierin enkele stappen in de goede richting te zetten. Maar de ontwerpteksten lekten uit, Israël reageerde furieus en ... de 27 staatshoofden en regeringsleiders kropen mooi terug in hun hok. Erg moedig is dat allemaal niet. Vandaar dat ik blijf pleiten voor het op gang brengen van een debat over het opstarten van een boycot van Israëlische producten. De Israëli's verstaan m.i. alleen dat soort taal.
donderdag 3 december 2009
Le nouveau Europa is (Lissa) born !!!
Ik geef toe, we moeten als 'eurofielen' niet euforisch doen over deze eerste december 2009 - de gemiddelde Europese burger zal deze morgen niet met vlinders in de buik zijn opgestaan al was het maar omdat het radionieuws deze ochtend meldde dat de unieke zanger Ramses Shaffy, de Nederlandse Jacques Brel, overleden was - maar toch....is het een historische dag voor Europa. Vandaag treedt het verdrag van Lissabon in werking.
De inwerkingtreding toont ook weer eens dat Europa een grillig beestje is dat met horten en stoten - en soms na diepe crisis - toch steeds weer vooruit geraakt en groeit. Want ik wil er toch even aan herinneren dat al op 29 oktober 2004 de Europese regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken van 28 Europese landen in Rome het Verdrag ondertekenden dat voorzag in een Europese Grondwet. Het Verdrag werd ondertekend door de 25 lidstaten van de Europese Unie en Roemenië, Bulgarije en Turkije. Dat gebeurde in dezelfde zaal waar in 1957 het oprichtingsverdrag van de Europese Gemeenschap door de zes oorspronkelijke lidstaten Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxemburg werd ondertekend.
De Grondwet heeft het nooit gehaald, maar de opvolger, het Verdrag van Lissabon, werd ook al in 2007 ondertekend. Vandaag - 5 jaar en één maand na Rome - mogen we dus toch spreken van een historisch moment. En ook al voel ik geen euforie, deze dag kunnen we beschouwen als een kans op een nieuwe start voor een ander Europa. Er is dus wel blijdschap nu na vijf jaar na de ondertekening in Rome, het er naar uitziet dat de Europese Unie eindelijk de noodzakelijke bestuurlijke en democratische hervormingen kan doorvoeren. Want koele of vurige minnaars van de Europese Unie, iedereen was het erover eens dat er nood was aan nieuwe regels en afspraken om het uitgebreide Europese huishouden goed te laten draaien en iedereen – dus ook de nieuwe lidstaten – er comfortabel aan te kunnen laten deelnemen.
Le nouveau Europa is (Lissa)born!
Dankzij Lissabon heeft de EU in ieder geval een raamwerk om democratischer te worden, en kan het een beter wetgevend proces krijgen, transparanter worden en is er meer inspraak voor Europese burgers. Ook de nationale parlementen krijgen meer inspraak in het wetgevende proces, mits ook zij die taak serieus nemen. Maar het zal van nationale en Europese politici afhangen of meer democratisering ook gebeurt!
Het Europees Parlement is nu ook wetgevend en krijgt dus beslissende inspraak op belangrijke beleidsterreinen als landbouw, visserij, transport, asiel en migratie, justitie en politiesamenwerking. Als je ziet hoe de Europese ministers van justitie uitgerekend één dag voor inwerkingtreding van Lissabon nog snelsnel een akkoord goedkeuren waardoor de VS inzage krijgen in bankgegevens van Europese burgers, toont aan dat de Europese ministerraad aanvoelt dat het EP wel eens lastig kon gaan doen. Het is een proces dat al jaren bezig was: andere Europese machtscentra namen het EP steeds serieuzer. De Europese democratie wordt langzaam volwassen, met veel groeipijnen, dat wel. We kunnen alleen maar hopen dat mijn collegae deze uiterst belangrijke taak de komende jaren ook serieus nemen, ondanks de sterke eurosceptische tendens in Europa. Met andere woorden: Lissabon biedt de kans om de EU vooruit te brengen in positieve zin, maar daar is politieke wil en moed voor nodig.
Daarom schreef mijn fractie een brief aan kersvers Commissie-voorzitter Barroso en nog verser EU-president Van Rompuy. We vragen hen om het besluit over document 'Europe2020' uit te stellen. Daarin wordt de toekomstvisie voor de EU voor de komende tien jaar uitgestippeld. Wij groenen vinden dit zo belangrijk dat we eerst een democratisch debat willen. Dit document bepaalt de koers van de EU gedurende een meer dan cruciaal decennium. In een tijd van mondiale klimaatproblemen, toenemende armoede en sociale ongelijkheid, financieel-economische transitie en chaos moet het parlement voldoende tijd hebben om constructief mee te denken.
Ook burgers worden uitgedaagd mee te denken en stappen te zetten. Het is zo dat de grondrechten van Europese burgers door het nieuwe verdrag beter verankerd worden. Het Europees Hof van Justitie krijgt de bevoegdheid om te beoordelen of de lidstaten de Europese wetgeving wel implementeren volgens het Charter van Fundamentele Rechten. En er is het burgerinitiatief: als een miljoen burgers uit een 'significant' aantal lidstaten hun handtekening zetten, moet de Europese Commissie met voorstellen komen om een bepaald probleem aan te pakken. Hoe dit precies zal georganiseerd worden moet nog uitgeklaard. Er wordt op dit eigenste moment een robbertje gevochten tussen Parlement en Commissie om dit burgerinitiatief echt gestalte te geven.
Maar het burgerinitiatief opent perspectieven! Begin maar alvast handtekeningen te verzamelen. Maar dan wel voor iets zinnigers als het verbieden van minaretten. Het verbieden op Europese bodem van Amerikaanse kernraketten? Ik noem maar iets.
De inwerkingtreding toont ook weer eens dat Europa een grillig beestje is dat met horten en stoten - en soms na diepe crisis - toch steeds weer vooruit geraakt en groeit. Want ik wil er toch even aan herinneren dat al op 29 oktober 2004 de Europese regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken van 28 Europese landen in Rome het Verdrag ondertekenden dat voorzag in een Europese Grondwet. Het Verdrag werd ondertekend door de 25 lidstaten van de Europese Unie en Roemenië, Bulgarije en Turkije. Dat gebeurde in dezelfde zaal waar in 1957 het oprichtingsverdrag van de Europese Gemeenschap door de zes oorspronkelijke lidstaten Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxemburg werd ondertekend.
De Grondwet heeft het nooit gehaald, maar de opvolger, het Verdrag van Lissabon, werd ook al in 2007 ondertekend. Vandaag - 5 jaar en één maand na Rome - mogen we dus toch spreken van een historisch moment. En ook al voel ik geen euforie, deze dag kunnen we beschouwen als een kans op een nieuwe start voor een ander Europa. Er is dus wel blijdschap nu na vijf jaar na de ondertekening in Rome, het er naar uitziet dat de Europese Unie eindelijk de noodzakelijke bestuurlijke en democratische hervormingen kan doorvoeren. Want koele of vurige minnaars van de Europese Unie, iedereen was het erover eens dat er nood was aan nieuwe regels en afspraken om het uitgebreide Europese huishouden goed te laten draaien en iedereen – dus ook de nieuwe lidstaten – er comfortabel aan te kunnen laten deelnemen.
Le nouveau Europa is (Lissa)born!
Dankzij Lissabon heeft de EU in ieder geval een raamwerk om democratischer te worden, en kan het een beter wetgevend proces krijgen, transparanter worden en is er meer inspraak voor Europese burgers. Ook de nationale parlementen krijgen meer inspraak in het wetgevende proces, mits ook zij die taak serieus nemen. Maar het zal van nationale en Europese politici afhangen of meer democratisering ook gebeurt!
Het Europees Parlement is nu ook wetgevend en krijgt dus beslissende inspraak op belangrijke beleidsterreinen als landbouw, visserij, transport, asiel en migratie, justitie en politiesamenwerking. Als je ziet hoe de Europese ministers van justitie uitgerekend één dag voor inwerkingtreding van Lissabon nog snelsnel een akkoord goedkeuren waardoor de VS inzage krijgen in bankgegevens van Europese burgers, toont aan dat de Europese ministerraad aanvoelt dat het EP wel eens lastig kon gaan doen. Het is een proces dat al jaren bezig was: andere Europese machtscentra namen het EP steeds serieuzer. De Europese democratie wordt langzaam volwassen, met veel groeipijnen, dat wel. We kunnen alleen maar hopen dat mijn collegae deze uiterst belangrijke taak de komende jaren ook serieus nemen, ondanks de sterke eurosceptische tendens in Europa. Met andere woorden: Lissabon biedt de kans om de EU vooruit te brengen in positieve zin, maar daar is politieke wil en moed voor nodig.
Daarom schreef mijn fractie een brief aan kersvers Commissie-voorzitter Barroso en nog verser EU-president Van Rompuy. We vragen hen om het besluit over document 'Europe2020' uit te stellen. Daarin wordt de toekomstvisie voor de EU voor de komende tien jaar uitgestippeld. Wij groenen vinden dit zo belangrijk dat we eerst een democratisch debat willen. Dit document bepaalt de koers van de EU gedurende een meer dan cruciaal decennium. In een tijd van mondiale klimaatproblemen, toenemende armoede en sociale ongelijkheid, financieel-economische transitie en chaos moet het parlement voldoende tijd hebben om constructief mee te denken.
Ook burgers worden uitgedaagd mee te denken en stappen te zetten. Het is zo dat de grondrechten van Europese burgers door het nieuwe verdrag beter verankerd worden. Het Europees Hof van Justitie krijgt de bevoegdheid om te beoordelen of de lidstaten de Europese wetgeving wel implementeren volgens het Charter van Fundamentele Rechten. En er is het burgerinitiatief: als een miljoen burgers uit een 'significant' aantal lidstaten hun handtekening zetten, moet de Europese Commissie met voorstellen komen om een bepaald probleem aan te pakken. Hoe dit precies zal georganiseerd worden moet nog uitgeklaard. Er wordt op dit eigenste moment een robbertje gevochten tussen Parlement en Commissie om dit burgerinitiatief echt gestalte te geven.
Maar het burgerinitiatief opent perspectieven! Begin maar alvast handtekeningen te verzamelen. Maar dan wel voor iets zinnigers als het verbieden van minaretten. Het verbieden op Europese bodem van Amerikaanse kernraketten? Ik noem maar iets.
Abonneren op:
Posts (Atom)