We zijn met een Vlaamse delegatie op bezoek in Israël en Palestina. Om beurten berichten we over onze ontmoetingen. Vandaag een bijdrage van Jan Renders, ACW-voorzitter.
Bart Staes
Een bezoek aan Palestina is niet opbeurend. Je wordt er té veel geconfronteerd met vernedering, met apathie, gebrek aan toekomstperspectieven. Gelukkig zijn er mensen die tegen de stroom van de moedeloosheid ingaan. Jessica De Vlieghere is een moedige en creatieve vrouw. Een jonge vrouw uit het Leuvense die de handen uit de mouwen steekt. In Ramallah richtte zij een circusschool op. Jongens en meisjes komen enkele keren in de week samen en leren onder deskundige begeleiding hun circusnummers.
"Het gaat ons niet alleen om het artistiek project" zegt Jessica. "Het is tegelijkertijd een sociaal project: we halen mensen uit en depressiviteit, we geven ze hun zelfrespect terug. Jongeren leren hun gevoelens beter te uiten, leren via creatieve expressie opgekropte agressie om te zetten in een constructieve energie." Het circus leert niet alleen wat mensen met hun lichaam kunnen, het heeft een belangrijke invloed op de geest: wil je iets moois tot stand brengen, moet je samenwerken. Dan moet je anderen kunnen vertrouwen. De Palestijnse circusschool in Ramallah werkt op dit ogenblik met ongeveer 150 jongeren. Ze trekken rond in het binnenland en krijgen bij hun optreden heel positieve reacties van de bevolking. "Neen, het is geen direct politieke bijdrage voor het palestijns-israëlisch conflict" zegt Jessica. "Maar we brengen een klein beetje hoop. Een klein beetje zelfvertrouwen ". En dat beamen de lachende gezichten van de jonge mensen die ons hartelijk uitwuiven .Gelukkig zijn er ook mensen die niet wachten op de internationale politiek om verandering in de situatie te brengen. Allerlei middenveldorganisaties en concrete projecten geven moed. Moed om –ondanks alles- een klein beetje hoop te blijven koesteren.
Jan Renders (voorzitter ACW)
maandag 9 november 2009
zaterdag 7 november 2009
Op bezoek in de circusschool in Ramallah
Het werd weer een bijzonder boeiende dag vandaag. Eerst een uitgebreid gesprek met Christian Berger, de ambassadeur van de EU in de bezette Palestijnse gebieden, Daarna een prettige en militante ontmoeting met de Palestijnse vakbond PGFTU. En we bezochten ook een op en top Vlaams project: de circusschool.
Tenslotte ook nog een twee uur durende discussie met de UNWRA, de VN-organisatie die de Palestijnse vluchtelingen probeert te helpen. ACW-Voorzitter Jan Renders bericht over ons bezoek aan de circusschool.
Bart Staes
Een bezoek aan Palestina is niet opbeurend. Je wordt er té veel geconfronteerd met vernedering, met apathie, gebrek aan toekomstperspectieven. Gelukkig zijn er mensen die tegen de stroom van de moedeloosheid ingaan. Jessica De Vlieghere is een moedige en creatieve vrouw. Een jonge vrouw uit het Leuvense die de handen uit de mouwen steekt. In Ramallah richtte zij een circusschool op. Jongens en meisjes komen enkele keren in de week samen en leren onder deskundige begeleiding hun circusnummers.
"Het gaat ons niet alleen om het artistiek project" zegt Jessica. "Het is tegelijkertijd een sociaal project: we halen mensen uit en depressiviteit, we geven ze hun zelfrespect terug. Jongeren leren hun gevoelens beter te uiten, leren via creatieve expressie opgekropte agressie om te zetten in een constructieve energie." Het circus leert niet alleen wat mensen met hun lichaam kunnen, het heeft een belangrijke invloed op de geest: wil je iets moois tot stand brengen, moet je samenwerken. Dan moet je anderen kunnen vertrouwen. De Palestijnse circusschool in Ramallah werkt op dit ogenblik met ongeveer 150 jongeren. Ze trekken rond in het binnenland en krijgen bij hun optreden heel positieve reacties van de bevolking. "Neen, het is geen direct politieke bijdrage voor het palestijns-israëlisch conflict" zegt Jessica. "Maar we brengen een klein beetje hoop. Een klein beetje zelfvertrouwen ". En dat beamen de lachende gezichten van de jonge mensen die ons hartelijk uitwuiven .Gelukkig zijn er ook mensen die niet wachten op de internationale politiek om verandering in de situatie te brengen. Allerlei middenveldorganisaties en concrete projecten geven moed. Moed om –ondanks alles- een klein beetje hoop te blijven koesteren.
Jan Renders (voorzitter ACW)

Tenslotte ook nog een twee uur durende discussie met de UNWRA, de VN-organisatie die de Palestijnse vluchtelingen probeert te helpen. ACW-Voorzitter Jan Renders bericht over ons bezoek aan de circusschool.
Bart Staes
Een bezoek aan Palestina is niet opbeurend. Je wordt er té veel geconfronteerd met vernedering, met apathie, gebrek aan toekomstperspectieven. Gelukkig zijn er mensen die tegen de stroom van de moedeloosheid ingaan. Jessica De Vlieghere is een moedige en creatieve vrouw. Een jonge vrouw uit het Leuvense die de handen uit de mouwen steekt. In Ramallah richtte zij een circusschool op. Jongens en meisjes komen enkele keren in de week samen en leren onder deskundige begeleiding hun circusnummers.
"Het gaat ons niet alleen om het artistiek project" zegt Jessica. "Het is tegelijkertijd een sociaal project: we halen mensen uit en depressiviteit, we geven ze hun zelfrespect terug. Jongeren leren hun gevoelens beter te uiten, leren via creatieve expressie opgekropte agressie om te zetten in een constructieve energie." Het circus leert niet alleen wat mensen met hun lichaam kunnen, het heeft een belangrijke invloed op de geest: wil je iets moois tot stand brengen, moet je samenwerken. Dan moet je anderen kunnen vertrouwen. De Palestijnse circusschool in Ramallah werkt op dit ogenblik met ongeveer 150 jongeren. Ze trekken rond in het binnenland en krijgen bij hun optreden heel positieve reacties van de bevolking. "Neen, het is geen direct politieke bijdrage voor het palestijns-israëlisch conflict" zegt Jessica. "Maar we brengen een klein beetje hoop. Een klein beetje zelfvertrouwen ". En dat beamen de lachende gezichten van de jonge mensen die ons hartelijk uitwuiven .Gelukkig zijn er ook mensen die niet wachten op de internationale politiek om verandering in de situatie te brengen. Allerlei middenveldorganisaties en concrete projecten geven moed. Moed om –ondanks alles- een klein beetje hoop te blijven koesteren.
Jan Renders (voorzitter ACW)

vrijdag 6 november 2009
Ouders van vermoorde kinderen kiezen voor vrede
Ik ben nu al drie dagen op stap in Israël en Palestina met Jos Geysels (11.11.11), Brigitte Herremans en Paul De Greve (beiden Broederlijk Delen), Jan Renders (ACW), Rudy De Leeuw (ABVV), Annemie Janssens (KAV), Eva Brems (Amnesty International Vlaanderen), en de politici Hilde Vautmans (Open VLD), Nahima Lanjri (CD&V) en Dirk Van der Maelen (SP.A). We worden een steeds hechtere groep. HuMO*r, ernst en een voldoende kritische zin gaan goed samen. We spraken ondertussen af dat iedereen om beurten zorgt voor een Webblog. En dat de anderen die dan als gasttribune op hun blog over nemen. Vandaag geven we het wpord aan Annemie Janssens (KAV) en Jan Renders (ACW). (bart staes)
***
*
Rami al Haman en Bassim al arb verloren hun kind in het Palestijns-Israëlisch conflict . De dochter van Bassim werd vlakbij haar school doodgeschoten. Rami's dochter kwam om bij een zelfmoordaanslag in Jeruzalem. Hun verhaal is aangrijpend. Hun onuitspreekbaar verdriet en pijn om het verlies van hun kinderen gaf geen aanzet voor haatgevoelens maar werd een impuls voor vredeseducatie. De Parent's Circle is een organisatie van vijfhonderd Palestijnse en Israëlische gezinnen die hun kind verloren in het conflict.
Wat doe je met de verschrikking als je zoiets overkomt? Je laat je meedrijven op de evidente haatgevoelens of je kiest voor de moeilijke maar positieve weg van de dialoog en de zoektocht naar een constructieve oplossing.
"Het is wel bijzonder erg" zo zeggen beide vaders die ondertussen hechte vrienden geworden zijn "dat we mekaar pas als echte mensen konden zien nadat onze beide dochters vermoord werden in een aanslepend, onmenselijk conflict."
Beide vaders en zovele lotgenoten, brengen nu hun getuigenis in scholen, sociale bewegingen en in de media. Hun getuigenis vindt een steeds breder gehoor, tot in het Europese Parlement.
Op onze vraag naar de toekomstperspectieven betreffende het samenleven in deze regio zijn ze voorzichtig en geven aan dat er nog een lange weg te gaan is. Maar er moet een oplossing uit de bus komen. Die zal maar gevonden worden als er voldoende krachten in de samenleving zijn die de dialoog aangaan en zo draagvlak bieden voor een politiek die het samenleven van beide gemeenschappen mogelijk maakt.
Op onze vraag welke bijdrage wij kunnen leveren, is hun antwoord duidelijk : "kies voor een oplossing op lange termijn. Een keuze voor vrede impliceert het aanreiken van een toekomst voor beide gemeenschappen. Dat vraagt politieke moed. Vooral van de sterksten : zij moeten de hand uitsteken om bruggen te slaan die een politieke oplossing mogelijk maakt."
Annemie Janssens(KAV) en Jan Renders(ACW)
***
*
Rami al Haman en Bassim al arb verloren hun kind in het Palestijns-Israëlisch conflict . De dochter van Bassim werd vlakbij haar school doodgeschoten. Rami's dochter kwam om bij een zelfmoordaanslag in Jeruzalem. Hun verhaal is aangrijpend. Hun onuitspreekbaar verdriet en pijn om het verlies van hun kinderen gaf geen aanzet voor haatgevoelens maar werd een impuls voor vredeseducatie. De Parent's Circle is een organisatie van vijfhonderd Palestijnse en Israëlische gezinnen die hun kind verloren in het conflict.
Wat doe je met de verschrikking als je zoiets overkomt? Je laat je meedrijven op de evidente haatgevoelens of je kiest voor de moeilijke maar positieve weg van de dialoog en de zoektocht naar een constructieve oplossing.
"Het is wel bijzonder erg" zo zeggen beide vaders die ondertussen hechte vrienden geworden zijn "dat we mekaar pas als echte mensen konden zien nadat onze beide dochters vermoord werden in een aanslepend, onmenselijk conflict."
Beide vaders en zovele lotgenoten, brengen nu hun getuigenis in scholen, sociale bewegingen en in de media. Hun getuigenis vindt een steeds breder gehoor, tot in het Europese Parlement.
Op onze vraag naar de toekomstperspectieven betreffende het samenleven in deze regio zijn ze voorzichtig en geven aan dat er nog een lange weg te gaan is. Maar er moet een oplossing uit de bus komen. Die zal maar gevonden worden als er voldoende krachten in de samenleving zijn die de dialoog aangaan en zo draagvlak bieden voor een politiek die het samenleven van beide gemeenschappen mogelijk maakt.
Op onze vraag welke bijdrage wij kunnen leveren, is hun antwoord duidelijk : "kies voor een oplossing op lange termijn. Een keuze voor vrede impliceert het aanreiken van een toekomst voor beide gemeenschappen. Dat vraagt politieke moed. Vooral van de sterksten : zij moeten de hand uitsteken om bruggen te slaan die een politieke oplossing mogelijk maakt."
Annemie Janssens(KAV) en Jan Renders(ACW)
donderdag 5 november 2009
Geen bewegingsvrijheid voor Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever
Zopas schreef ik een uurtje aan mijn blog van vandaag. Even onhandig en ... floep: alle tekst weg. Gesakker dus. Maar gelukkig is er nog Eva Brems: voorzitter van AI Vlaanderen. Haar verslag over de trip van vandaag is minstens even accuraat. Ik speel dus even leentjebuur.
Bart Staes
Vandaag scheen de zon- hèhè, dat kan je wel gebruiken als het dagprogramma een opeenstapeling van onrecht en ellende belooft…
B’tselem, een grote mensenrechtenorganisatie, nam ons mee op sleeptouw. B’tselem heeft onder andere een project waarbij ze camera’s uitdelen aan Palestijnen in de bezette gebieden, om situaties van misbruik mee te filmen. ‘shooting back’ noemen ze dat, maar dan met film. Vaak helpt het bovenhalen van een camera al om te vermijden dat een situatie uit de hand loopt. Maar in de 2000 uren film in hun archief zitten toch nog tientallen incidenten van geweld door kolonisten of het leger.
B’tselemen schreef in 2002 een schitterend ‘basiswerk’ (als je een mensenrechtenrapport zo kan noemen) over ‘land grab’: de gesofisticeerde manieren waarop ruimtelijke ordening en wetgeving wordt ingezet door Israël om op een formeel legale manier zoveel mogelijk grond in de Palestijnse bezette gebieden af te pakken voor Israëlisch gebruik. De rondleiding die Najib, een veldwerker van de organisatie ons gaf op de Westelijke Jordaanoever, richtte zich - op die ‘land grab’, maar vooral op de beperkingen van de bewegingsvrijheid van Palestijnen en de segregatie tussen Palestijnen en kolonisten. We zagen het hek/de muur (op sommige plaatsen zijn het metershoge betonnen platen – een echte muur dus, op andere plaatsen is het een gracht en een hek met prikkeldraad) die Palestijnen van kolonisten scheidt. Een fotopauze aan een overgang leidde tot een inspectie van het leger – camera’s terplaatse hadden onze verdachte aanwezigheid doorgegeven. Behalve het grote Hek zijn er nog veel meer hekken naast de mooie wegen die de Israëlische nederzettingen verbinden. Die dienen om de Palestijnen van de wegen te houden en te verhinderen dat kinderen stenen gooien. Deze mooie wegen zijn enkel voor Israëlische wagens met gele nummerplaten. Voor de groene Palestijnse nummerplaten zijn er andere wegen – van merkbaar mindere kwaliteit. Het valt op hoe de hekken zo dicht mogelijk rond de Palestijnse dorpen lopen, waarbij ze een ruime marge laten rond de Israëlische nederzettingen. Op die manier worden Palestijnse boeren bijvoorbeeld afgesneden van een deel van hun olijfgaard, die op den duur de facto aan de Israëli’s gaat toebehoren. Als je op het terrein bent, is het overduidelijk dat veiligheid niet de hoofdreden is van de plaatsing van deze hekken. De wegen waarop Palestijnen wel toegelaten zijn, zijn voor hen toch nog vaak moeilijk te gebruiken omdat op de zijwegen die rechtstreeks naar de dorpen leiden op vele plaatsen blokkades zijn opgeworpen door het leger. Vaak zijn dat niet meer dan enkele grote betonnen blokken, maar het gevolg is dat mensen hun auto daar moeten achterlaten en aan de andere kant van de blokkade overstappen in een taxi. Of rondrijden, zoals wij toen we naar Salfit reden: aangezien de weg van 700 meter afgesloten was, maakten we een omweg van 18 kilometer. Alles is er op gericht om te zorgen dat Israëlische kolonisten en Palestijnen elkaar niet hoeven te kruisen: aparte wegen verbinden de respectieve woonplaatsen van elke groep, waarbij een systeem van tunnels en bruggen ervoor zorgt dat ook contact op kruispunten wordt vermeden. Bizar! In de Palestijnse dorpen zien we hier en daar echo’s van het recentste Amnesty rapport over het gebrek aan recht op water van Palestijnen. De muur snijdt boeren af van de meest vruchtbare stukken land, de zwarte watertanken op de daken kunnen een schietschijf worden van verveelde soldaten, de nederzettingen hebben zwembaden en groene tuinen terwijl de Palestijnse dorpen watertekort lijden, en de industrie van nederzettingen loost zijn afvalwater gewoon op braakliggende grond.
Al die vaststellingen op het terrein maken een grote indruk op ons, en zijn dan ook het onderwerp van veel discussies en vragen, binnen de groep en met onze gesprekspartners. Dat waren later op de dag nog de afvaardiging van de Europese Unie in Tel Aviv, 2 mensenrechtenorganisaties, de Belgische ambassadeur en Avi Primar, een vooraanstaand intellectueel. Ik onthoud vooral dat mensenrechtenorganisaties steeds meer te kampen hebben met actieve tegenwerking vanuit de regering. Gisha – een organisatie die ijvert voor bewegingsvrijheid in (en uit) Gaza (!) drukt ons op het hart dat buitenlandse druk moet gericht zijn op het vrijwaren van een democratisch klimaat in Israël. In de categorie ‘landen met grove en systematische mensenrechtenschendingen’ is Israël immers uniek in de zin dat het een democratische rechtsstaat is, waarbij de vrijheid van meningsuiting normaliter gewaarborgd is en mensenrechtenorganisaties doorgaans ongehinderd hun werk kunnen doen. Als dat onder druk komt, gaan belangrijke hefbomen voor rechtvaardigheid verloren.
Avi Primar brengt Israëlische en Palestijnse studenten samen om te studeren aan een Duitse universiteit. En hij gelooft in een duurzame oplossing voor Israël en Palestina, die hij zelfs al in detail uitgewerkt heeft. Gebaseerd op 2 staten natuurlijk, en met een rol voor een internationale troepenmacht. Interessant. En ook wel hoopvol eigenlijk. Fijn om de stem van de rede te horen, ook al is het een minderheidsstem.
Eva Brems












Bart Staes
Vandaag scheen de zon- hèhè, dat kan je wel gebruiken als het dagprogramma een opeenstapeling van onrecht en ellende belooft…
B’tselem, een grote mensenrechtenorganisatie, nam ons mee op sleeptouw. B’tselem heeft onder andere een project waarbij ze camera’s uitdelen aan Palestijnen in de bezette gebieden, om situaties van misbruik mee te filmen. ‘shooting back’ noemen ze dat, maar dan met film. Vaak helpt het bovenhalen van een camera al om te vermijden dat een situatie uit de hand loopt. Maar in de 2000 uren film in hun archief zitten toch nog tientallen incidenten van geweld door kolonisten of het leger.
B’tselemen schreef in 2002 een schitterend ‘basiswerk’ (als je een mensenrechtenrapport zo kan noemen) over ‘land grab’: de gesofisticeerde manieren waarop ruimtelijke ordening en wetgeving wordt ingezet door Israël om op een formeel legale manier zoveel mogelijk grond in de Palestijnse bezette gebieden af te pakken voor Israëlisch gebruik. De rondleiding die Najib, een veldwerker van de organisatie ons gaf op de Westelijke Jordaanoever, richtte zich - op die ‘land grab’, maar vooral op de beperkingen van de bewegingsvrijheid van Palestijnen en de segregatie tussen Palestijnen en kolonisten. We zagen het hek/de muur (op sommige plaatsen zijn het metershoge betonnen platen – een echte muur dus, op andere plaatsen is het een gracht en een hek met prikkeldraad) die Palestijnen van kolonisten scheidt. Een fotopauze aan een overgang leidde tot een inspectie van het leger – camera’s terplaatse hadden onze verdachte aanwezigheid doorgegeven. Behalve het grote Hek zijn er nog veel meer hekken naast de mooie wegen die de Israëlische nederzettingen verbinden. Die dienen om de Palestijnen van de wegen te houden en te verhinderen dat kinderen stenen gooien. Deze mooie wegen zijn enkel voor Israëlische wagens met gele nummerplaten. Voor de groene Palestijnse nummerplaten zijn er andere wegen – van merkbaar mindere kwaliteit. Het valt op hoe de hekken zo dicht mogelijk rond de Palestijnse dorpen lopen, waarbij ze een ruime marge laten rond de Israëlische nederzettingen. Op die manier worden Palestijnse boeren bijvoorbeeld afgesneden van een deel van hun olijfgaard, die op den duur de facto aan de Israëli’s gaat toebehoren. Als je op het terrein bent, is het overduidelijk dat veiligheid niet de hoofdreden is van de plaatsing van deze hekken. De wegen waarop Palestijnen wel toegelaten zijn, zijn voor hen toch nog vaak moeilijk te gebruiken omdat op de zijwegen die rechtstreeks naar de dorpen leiden op vele plaatsen blokkades zijn opgeworpen door het leger. Vaak zijn dat niet meer dan enkele grote betonnen blokken, maar het gevolg is dat mensen hun auto daar moeten achterlaten en aan de andere kant van de blokkade overstappen in een taxi. Of rondrijden, zoals wij toen we naar Salfit reden: aangezien de weg van 700 meter afgesloten was, maakten we een omweg van 18 kilometer. Alles is er op gericht om te zorgen dat Israëlische kolonisten en Palestijnen elkaar niet hoeven te kruisen: aparte wegen verbinden de respectieve woonplaatsen van elke groep, waarbij een systeem van tunnels en bruggen ervoor zorgt dat ook contact op kruispunten wordt vermeden. Bizar! In de Palestijnse dorpen zien we hier en daar echo’s van het recentste Amnesty rapport over het gebrek aan recht op water van Palestijnen. De muur snijdt boeren af van de meest vruchtbare stukken land, de zwarte watertanken op de daken kunnen een schietschijf worden van verveelde soldaten, de nederzettingen hebben zwembaden en groene tuinen terwijl de Palestijnse dorpen watertekort lijden, en de industrie van nederzettingen loost zijn afvalwater gewoon op braakliggende grond.
Al die vaststellingen op het terrein maken een grote indruk op ons, en zijn dan ook het onderwerp van veel discussies en vragen, binnen de groep en met onze gesprekspartners. Dat waren later op de dag nog de afvaardiging van de Europese Unie in Tel Aviv, 2 mensenrechtenorganisaties, de Belgische ambassadeur en Avi Primar, een vooraanstaand intellectueel. Ik onthoud vooral dat mensenrechtenorganisaties steeds meer te kampen hebben met actieve tegenwerking vanuit de regering. Gisha – een organisatie die ijvert voor bewegingsvrijheid in (en uit) Gaza (!) drukt ons op het hart dat buitenlandse druk moet gericht zijn op het vrijwaren van een democratisch klimaat in Israël. In de categorie ‘landen met grove en systematische mensenrechtenschendingen’ is Israël immers uniek in de zin dat het een democratische rechtsstaat is, waarbij de vrijheid van meningsuiting normaliter gewaarborgd is en mensenrechtenorganisaties doorgaans ongehinderd hun werk kunnen doen. Als dat onder druk komt, gaan belangrijke hefbomen voor rechtvaardigheid verloren.
Avi Primar brengt Israëlische en Palestijnse studenten samen om te studeren aan een Duitse universiteit. En hij gelooft in een duurzame oplossing voor Israël en Palestina, die hij zelfs al in detail uitgewerkt heeft. Gebaseerd op 2 staten natuurlijk, en met een rol voor een internationale troepenmacht. Interessant. En ook wel hoopvol eigenlijk. Fijn om de stem van de rede te horen, ook al is het een minderheidsstem.
Eva Brems
woensdag 4 november 2009
Een humanitaire catastrofe en apartheid op zijn Israëlisch
We zijn één dag ver in onze zoektocht naar wat er zich werkelijk afspeelt tussen Joden en Palestijnen in dit land.
Deze morgen kregen we een bijna twee uur durende briefing van Allegra Pacheco, hoofd van de Advocacy Unit van OCHA, de VN-organisatie voor humanitaire zaken over wat er zich afspeelt in de bezette Palestijnse gebieden. Gaza, de westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Nauwgezet presenteerde deze VN-medewerkster van Joods-Amerikaanse origine de immense problemen. Een humanitaire en ecologische ramp in Gaza, De veroordeling door de internationale gemeenschap om een gehele bevolking collectief te straffen voor de (overigens onaanvaardbare) daden van sommigen. De absolute beperking van de bewegingsvrijheid van 1,43 miljoen Palestijnen. Het immense waterprobleem in die mate zelfs dat slechts 5 tot 10 procent van het water er echt drinkbaar is.
De westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Op een gebied van nauwelijks 5600 vierkante kilometer (minder dan 1/6 van België) wonen 2,3 miljoen Palestijnen en 480.000 Israeli's. De bewegingsvrijheid van de Palestijnen wordt helemaal beperkt door controlepunten, weg- en andere barrikades. Alleen al in de stad Hebron werpen de Israeli's meer dan 90 obstakels op die het vrije verkeer van Palestiijnen –scholieren, ouderen, werknemers of zwangere vrouwen- fel bemoeilijken. Erger dan dat is de bouw van een muur, op sommige plaatsen een 8 tot 10 meter hoge betonnen plaatconstructie met electrische prikkeldraad erbovenop. Een bijna onvoorstel en duivels plan: 413 kilometer muur is reeds gebouwd, 73 kilometer is in aanbouw en nog eens 223 kilometer is gepland. Een bouwwerk dat ruim 2 miljard dollar zal kosten. En de bouw van aparte wegen, controlepunten, en tunnels om het verkeer tussen Palestijnen en Joden koste wat het kost gescheiden te houden wordt begroot op nog eens extra 500 miljoen dollar. Wanneer de muur (het “hek” in het Israëlische jargon) afgewerkt is zal het vijf keer zo lang zijn als de Berlijnse muur die bijna dag op dag twintig jaar geleden gesloopt werd. De internationale gemeenschap oordeelt dat de bouw totaal illegaal is. Israël heeft wel het recht zich te beschermen tegen mogelijk vijandige aanvallen vanuit Palestijns gebied, maar dan moet de muur op de grens tussen Israël en de westelijke Jordaanoever gebouwd worden. Dat is nu niet het geval: op sommige plaatsen dringt de muur zeer diep Palestijns grondgebied binnen, enkel met de bedoeling Israëlische nederzettingen directe toegang tot Israël te geven. Ondertussen worden Palestijnse gemeenschappen uiteengereten. Er worden wegen aangelegd die enkel toegankelijk zijn voor Israëlis. Palestijnen krijgen hun eigen netwerk. Apartheid op zijn Zuidafrikaans …
De Westelijke Jordaanoever wordt zo opgesplitst in meerdere kleine en economisch onleefbare gebieden. Boeren hebben geen toegang tot hun land. Kinderen moeten enorme omwegen maken om hun school te bereiken. Zieken worden gedwongen een serieuze omweg te maken om een hospitaal te bereiken. Allen worden dagelijks vernederd bij het overschrijden van de controleposten en (grens)overgangen die bovendien niet permanent maar soms enkel sporadisch open zijn. En de Israëlische kolonisten leggen niet alleen beslag op territorium maar ook op de schaarse watervoorraden. Een kolonisten gezin verbruikt vaak vijf keer meer water dan een Palestijnse familie.
Nadien trokken we tweeënhalfuur lang op met Jeff Halper. Deze Joodse man doceert aan de Ben Gurion universiteit Beer Sheva en is de leider van het “Israeli Committee Against House Demolitions”. Het werd een hallucinante tocht. Wie het al gezien had, komt nog maar eens onder de indruk. En wie het voor de eerste keer ziet en meemaakt maar er wel al veel gelezen heeft, kan zijn of haar ogen niet geloven. De realiteit overtreft de verbeelding. Jef is een spraakwaterval, een man die met kennis van zaken en een niet te blussen overtuiging deze vorm van onrecht permanent aanklaagt. Hij troont ons mee –in de plessende regen- van de ene nederzetting naar de andere, toont ons hoe de infrastructuurvoorzieningen langs “Israëlische” zijde of in de nederzettingen ontzaglijk beter is dan aan de Palestijnse kant. Op enkele toentallen meters rijd je van een modern westers gebied naar een gebied dat dicht bij het niveau van de minst ontwikkelde landen op deze aardbol ligt. Geen of nauwelijks watervoorziening, geen huisvuilophaling, geen postbedeling, dagelijkse pesterijen, uitzichtloosheid. Een economie en een landbouw zonder reële kansen. En een pientere maar helaas helse aanpak van de Israëlische autoriteiten. Mensen in de nederzettingen zijn duidelijk meer waard dan de doodgewone Palestijn …
Jeff brengt wat we leerden op de VN-organisatie in de realiteit. Verbazing, kwaadheid, en ongeloof maken zich van ons meester. Hoe is dit alles mogelijk? We eindigen in Oost-Jeruzalem waar Palestijnen weggepest worden, nieuwe Joodse nederzettingen gebouwd worden en huizen schaamteloos worden vernietigd onder het (belachelijke?) argument dat ze er neergepoot werden zonder bouwvergunning. Mensen worden zo van de ene op de andere dag op straat gezet. Ze worden bang wakker omstreeks 5 uur ‘s morgens omdat ze weten dat de bulldozers vanaf 6 uur een ongewenst en vernietigend bezoek kunnen brengen in hun wijken.
’s Namiddag trekken de parlementairen naar de Knesset. Ze praten er twee uur lang met Labour Parlementslid Daniel Ben Simon en Kadima-parlementslid Nachman Shai. De anderen ontmoeten Israëlische en Palestijnse ouderes die de voorbije jaren een kind verloren in het conflict maar desondanks samen op weg gaan op zoek naar vrede en verstandhouding.
Maar daarover later meer.




Deze morgen kregen we een bijna twee uur durende briefing van Allegra Pacheco, hoofd van de Advocacy Unit van OCHA, de VN-organisatie voor humanitaire zaken over wat er zich afspeelt in de bezette Palestijnse gebieden. Gaza, de westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Nauwgezet presenteerde deze VN-medewerkster van Joods-Amerikaanse origine de immense problemen. Een humanitaire en ecologische ramp in Gaza, De veroordeling door de internationale gemeenschap om een gehele bevolking collectief te straffen voor de (overigens onaanvaardbare) daden van sommigen. De absolute beperking van de bewegingsvrijheid van 1,43 miljoen Palestijnen. Het immense waterprobleem in die mate zelfs dat slechts 5 tot 10 procent van het water er echt drinkbaar is.
De westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Op een gebied van nauwelijks 5600 vierkante kilometer (minder dan 1/6 van België) wonen 2,3 miljoen Palestijnen en 480.000 Israeli's. De bewegingsvrijheid van de Palestijnen wordt helemaal beperkt door controlepunten, weg- en andere barrikades. Alleen al in de stad Hebron werpen de Israeli's meer dan 90 obstakels op die het vrije verkeer van Palestiijnen –scholieren, ouderen, werknemers of zwangere vrouwen- fel bemoeilijken. Erger dan dat is de bouw van een muur, op sommige plaatsen een 8 tot 10 meter hoge betonnen plaatconstructie met electrische prikkeldraad erbovenop. Een bijna onvoorstel en duivels plan: 413 kilometer muur is reeds gebouwd, 73 kilometer is in aanbouw en nog eens 223 kilometer is gepland. Een bouwwerk dat ruim 2 miljard dollar zal kosten. En de bouw van aparte wegen, controlepunten, en tunnels om het verkeer tussen Palestijnen en Joden koste wat het kost gescheiden te houden wordt begroot op nog eens extra 500 miljoen dollar. Wanneer de muur (het “hek” in het Israëlische jargon) afgewerkt is zal het vijf keer zo lang zijn als de Berlijnse muur die bijna dag op dag twintig jaar geleden gesloopt werd. De internationale gemeenschap oordeelt dat de bouw totaal illegaal is. Israël heeft wel het recht zich te beschermen tegen mogelijk vijandige aanvallen vanuit Palestijns gebied, maar dan moet de muur op de grens tussen Israël en de westelijke Jordaanoever gebouwd worden. Dat is nu niet het geval: op sommige plaatsen dringt de muur zeer diep Palestijns grondgebied binnen, enkel met de bedoeling Israëlische nederzettingen directe toegang tot Israël te geven. Ondertussen worden Palestijnse gemeenschappen uiteengereten. Er worden wegen aangelegd die enkel toegankelijk zijn voor Israëlis. Palestijnen krijgen hun eigen netwerk. Apartheid op zijn Zuidafrikaans …
De Westelijke Jordaanoever wordt zo opgesplitst in meerdere kleine en economisch onleefbare gebieden. Boeren hebben geen toegang tot hun land. Kinderen moeten enorme omwegen maken om hun school te bereiken. Zieken worden gedwongen een serieuze omweg te maken om een hospitaal te bereiken. Allen worden dagelijks vernederd bij het overschrijden van de controleposten en (grens)overgangen die bovendien niet permanent maar soms enkel sporadisch open zijn. En de Israëlische kolonisten leggen niet alleen beslag op territorium maar ook op de schaarse watervoorraden. Een kolonisten gezin verbruikt vaak vijf keer meer water dan een Palestijnse familie.
Nadien trokken we tweeënhalfuur lang op met Jeff Halper. Deze Joodse man doceert aan de Ben Gurion universiteit Beer Sheva en is de leider van het “Israeli Committee Against House Demolitions”. Het werd een hallucinante tocht. Wie het al gezien had, komt nog maar eens onder de indruk. En wie het voor de eerste keer ziet en meemaakt maar er wel al veel gelezen heeft, kan zijn of haar ogen niet geloven. De realiteit overtreft de verbeelding. Jef is een spraakwaterval, een man die met kennis van zaken en een niet te blussen overtuiging deze vorm van onrecht permanent aanklaagt. Hij troont ons mee –in de plessende regen- van de ene nederzetting naar de andere, toont ons hoe de infrastructuurvoorzieningen langs “Israëlische” zijde of in de nederzettingen ontzaglijk beter is dan aan de Palestijnse kant. Op enkele toentallen meters rijd je van een modern westers gebied naar een gebied dat dicht bij het niveau van de minst ontwikkelde landen op deze aardbol ligt. Geen of nauwelijks watervoorziening, geen huisvuilophaling, geen postbedeling, dagelijkse pesterijen, uitzichtloosheid. Een economie en een landbouw zonder reële kansen. En een pientere maar helaas helse aanpak van de Israëlische autoriteiten. Mensen in de nederzettingen zijn duidelijk meer waard dan de doodgewone Palestijn …
Jeff brengt wat we leerden op de VN-organisatie in de realiteit. Verbazing, kwaadheid, en ongeloof maken zich van ons meester. Hoe is dit alles mogelijk? We eindigen in Oost-Jeruzalem waar Palestijnen weggepest worden, nieuwe Joodse nederzettingen gebouwd worden en huizen schaamteloos worden vernietigd onder het (belachelijke?) argument dat ze er neergepoot werden zonder bouwvergunning. Mensen worden zo van de ene op de andere dag op straat gezet. Ze worden bang wakker omstreeks 5 uur ‘s morgens omdat ze weten dat de bulldozers vanaf 6 uur een ongewenst en vernietigend bezoek kunnen brengen in hun wijken.
’s Namiddag trekken de parlementairen naar de Knesset. Ze praten er twee uur lang met Labour Parlementslid Daniel Ben Simon en Kadima-parlementslid Nachman Shai. De anderen ontmoeten Israëlische en Palestijnse ouderes die de voorbije jaren een kind verloren in het conflict maar desondanks samen op weg gaan op zoek naar vrede en verstandhouding.
Maar daarover later meer.
dinsdag 3 november 2009
Aangekomen in Jeruzalem
Van 2 tot 8 november organiseren 11.11.11. en Broederlijk Delen een bezoek aan Israël en de bezette Palestijnse gebieden. Op deze blog laat ik jullie onze zoektocht van nabij volgen.
Na zowat 4,5 uur vliegen landden we met de delegatie in Tel Aviv. De delegatie: dat zijn Jos Geysels (11.11.11), Brigitte Herremans en Paul De Greve (beiden Broederlijk Delen), Jan Renders (ACW), Rudy De Leeuw (ABVV), Annemie Janssens (KAV), Eva Brems (Amnesty International Vlaanderen), en de politici Hilde Vautmans (Open VLD), Nahima Lanjri (CD&V), Dirk Van der Maelen (SP.A) en Bart Staes (Groen!).
Eigenlijk raakten we al bij al vrij vlot doorheen de controle. Alleen Nahima Lanjri kreeg het even moeilijk: de grensbeambten wilden kost wat kost weten hoe haar vader en grootvader heetten.
Omstreeks kwart na twee lokale tijd (in België was het toen nog maar 1.15) bereikten we ons hotel en tijdelijk hoofdkwartier in Jeruzalem. Het wordt een korte nacht. Ontbijt en briefing om 8.30 uur. Daarna een bezoek aan OCHA, de VN-organisatie voor humanitaire zaken over de obstakels voor Palestijnse bewegingsvrijheid en de Muur. We trekken ook heel wat tijd uit voor een terreinbezoek aan de nederzettingen en de Muur rondom Jeruzalem. 's Namiddags ontmoeten de parlementsleden enkele collega's in de Knesset. En 's avonds dineren we met de Belgische consul in Jeruzalem.
Doel van de reis is informatie verzamelen over de situatie in Israël en de Palestijnse gebieden. We voeren gesprekken met kopstukken van politieke partijen, politieke observatoren en dissidenten, het middenveld en de academische wereld.
Na zowat 4,5 uur vliegen landden we met de delegatie in Tel Aviv. De delegatie: dat zijn Jos Geysels (11.11.11), Brigitte Herremans en Paul De Greve (beiden Broederlijk Delen), Jan Renders (ACW), Rudy De Leeuw (ABVV), Annemie Janssens (KAV), Eva Brems (Amnesty International Vlaanderen), en de politici Hilde Vautmans (Open VLD), Nahima Lanjri (CD&V), Dirk Van der Maelen (SP.A) en Bart Staes (Groen!).
Eigenlijk raakten we al bij al vrij vlot doorheen de controle. Alleen Nahima Lanjri kreeg het even moeilijk: de grensbeambten wilden kost wat kost weten hoe haar vader en grootvader heetten.
Omstreeks kwart na twee lokale tijd (in België was het toen nog maar 1.15) bereikten we ons hotel en tijdelijk hoofdkwartier in Jeruzalem. Het wordt een korte nacht. Ontbijt en briefing om 8.30 uur. Daarna een bezoek aan OCHA, de VN-organisatie voor humanitaire zaken over de obstakels voor Palestijnse bewegingsvrijheid en de Muur. We trekken ook heel wat tijd uit voor een terreinbezoek aan de nederzettingen en de Muur rondom Jeruzalem. 's Namiddags ontmoeten de parlementsleden enkele collega's in de Knesset. En 's avonds dineren we met de Belgische consul in Jeruzalem.
Doel van de reis is informatie verzamelen over de situatie in Israël en de Palestijnse gebieden. We voeren gesprekken met kopstukken van politieke partijen, politieke observatoren en dissidenten, het middenveld en de academische wereld.
zondag 26 juli 2009
Hernieuwbare energie: de wind in de zeilen?
In de sector van de hernieuwbare energiebronnen volgt het ene initiatief het andere op.
Enkele weken geleden (13 juli 2009) kondigde een consortium van voornamelijk Duitse bedrijven, waaronder RWE en E.on, aan dat ze het “Desertec Industrial Initiative” oprichtten om zo voldoende financiële middelen bijeen te brengen voor een gigantisch zonneproject in Noord-Afrika. Bedoeling: zowat 15 procent van Europa’s elektriciteitsproductie opwekken.
En vorige week kondigde EDF Energies Nouvelles (EDF EN) aan dat het een samenwerking opstartte met de Amerikaanse zonnepanelenfabricant First Solar. Er zal een kleine 90 miljoen euro geïnvesteerd worden in de bouw van een zonnepark met een initieel vermogen van zowat 100 Megawatt Peak (MWp). Vanaf de tweede helft van 2011 vinden zo meer dan 300 mensen een nieuwe baan. Daarmee start First Solar voor het eerst een project in Frankrijk. Het heeft al andere projecten lopen in Duitsland, de VS en Maleisië.
En in De Standaard van dit weekend lees ik dat de financiering van de eerste fase van een tweede Belgisch windpark op zee rond is. Dat tweede windpark zal verrijzen op de Blighbank, zo'n 47 kilometer uit de Belgische Kust. Initiatiefnemer Belwind hoopt in september 2010 de eerste stroom te produceren voor Electrabel. Het park zou een vermogen hebben van 165 megawatt (MW) . In een tweede fase zou de capaciteit zelfs opgetrokken worden tot 330 MW. Kostprijs van de eerste fase: 613,9 miljoen euro.
Het zijn berichten die me leuker in de oren klinken dan de keuze voor nieuwe kerncentrales. Dat de bouw van nieuwe kerncentrales overigens niet probleemloos verloopt, wordt duidelijk bewezen door de nieuwe Finse kerncentrale in Olkiluoto. Die bouw sleept nu al meer dan vier jaar aan. Het oorspronkelijke prijskaartje van 3 miljard euro loopt ondertussen al op tot meer dan 4,2 miljard. En het Franse Areva, de bouwer van het hele complex, durft al lang niet meer voorspellen wanneer de kerncentrale in gebruik zal kunnen worden genomen.
Mij lijkt in elk geval een resolute keuze voor hernieuwbare energiebronnen slimmer, schoner en goedkoper ...
Enkele weken geleden (13 juli 2009) kondigde een consortium van voornamelijk Duitse bedrijven, waaronder RWE en E.on, aan dat ze het “Desertec Industrial Initiative” oprichtten om zo voldoende financiële middelen bijeen te brengen voor een gigantisch zonneproject in Noord-Afrika. Bedoeling: zowat 15 procent van Europa’s elektriciteitsproductie opwekken.
En vorige week kondigde EDF Energies Nouvelles (EDF EN) aan dat het een samenwerking opstartte met de Amerikaanse zonnepanelenfabricant First Solar. Er zal een kleine 90 miljoen euro geïnvesteerd worden in de bouw van een zonnepark met een initieel vermogen van zowat 100 Megawatt Peak (MWp). Vanaf de tweede helft van 2011 vinden zo meer dan 300 mensen een nieuwe baan. Daarmee start First Solar voor het eerst een project in Frankrijk. Het heeft al andere projecten lopen in Duitsland, de VS en Maleisië.
En in De Standaard van dit weekend lees ik dat de financiering van de eerste fase van een tweede Belgisch windpark op zee rond is. Dat tweede windpark zal verrijzen op de Blighbank, zo'n 47 kilometer uit de Belgische Kust. Initiatiefnemer Belwind hoopt in september 2010 de eerste stroom te produceren voor Electrabel. Het park zou een vermogen hebben van 165 megawatt (MW) . In een tweede fase zou de capaciteit zelfs opgetrokken worden tot 330 MW. Kostprijs van de eerste fase: 613,9 miljoen euro.
Het zijn berichten die me leuker in de oren klinken dan de keuze voor nieuwe kerncentrales. Dat de bouw van nieuwe kerncentrales overigens niet probleemloos verloopt, wordt duidelijk bewezen door de nieuwe Finse kerncentrale in Olkiluoto. Die bouw sleept nu al meer dan vier jaar aan. Het oorspronkelijke prijskaartje van 3 miljard euro loopt ondertussen al op tot meer dan 4,2 miljard. En het Franse Areva, de bouwer van het hele complex, durft al lang niet meer voorspellen wanneer de kerncentrale in gebruik zal kunnen worden genomen.
Mij lijkt in elk geval een resolute keuze voor hernieuwbare energiebronnen slimmer, schoner en goedkoper ...
Abonneren op:
Posts (Atom)