zondag 27 december 2009

Sinds 1998 5,4 miljoen doden ten gevolge van de oorlog in Congo!

Ik ben het “Congo dagboek 1996-2009” van journalist Guy Poppe aan het lezen. Op bladzijde 253-254 verwijst hij in zijn dagboeknotities van 6 januari 2006 naar een studie van het International Rescue Committee waaruit blijkt dat sinds 1998 er in Congo 3,9 miljoen mensen stierven als gevolg van de oorlog.

Ik was een beetje nieuwsgierig en ging dus zelf even snel op zoek naar de cijfers eind 2009. Blijkt dat het aantal doden ondertussen opgelopen is tot 5,4 miljoen mensen. Iedere maand sterven er tengevolge van de oorlog 45.000 mensen. Dat zijn er al 7.000 per maand meer dan in 2006 want in het dagboek van Guy Poppe lees ik: “Elke maand sterven er 38.000 Congolezen, die in een ander Afrikaans land waar vrede heerst, in leven zouden blijven, schrijft IRC. (…) Eén van de directeuren Richard Brennan heeft zijn eerste commentaar al geopperd: ‘Congo is de voorbije zestig jaar de dodelijkste crisis ter wereld. De onwetenheid over schaal en impact ervan is bijna universeel en de internationale toezeggingen staan absoluut niet in verhouding tot de humanitaire noden.’

We zijn ondertussen vier jaar verder en de toestand is er nog altijd even hopeloos. Op de website van IRC lees ik: ‘The vast majority died from non-violent causes such as malaria, diarrhea, pneumonia and malnutrition--easily preventable and treatable conditions when people have access to health care and nutritious food.’ Ondertussen publiceerde het IRC een nieuw rapport. En op de website is ook een reportage te zien van het CBS-programma Sixty Minutes. Bloedstollend.

dinsdag 15 december 2009

Koffieoorlog is van cruciaal belang!

De krant De Morgen maakt vandaag melding van het feit dat ‘Douwe Egberts een koffieoorlog ontketent’. Er wordt bericht over verschillende rechtszaken van Douwe Egberts tegen lokale of regionale overheden die besloten om voor Max Havelaar koffie te kiezen. Ik volg dit dossier al geruime tijd. Anders dan in het artikel staat werd er door de Europese Commissie helemaal géén brief naar de Nederlandse provincie Groningen gestuurd om te melden dat de provincie de wet overtreedt door voor Max Havelaar te kiezen.

De Europese richtlijnen bieden op het vlak van openbare aanbesteding aan overheden en bedrijven perfect de mogelijkheid om te kiezen voor die fair trade-producten die ook echt rekening houden met mens en milieu. Het Europees Parlement heeft er altijd op gewezen dat de richtlijnen voor openbare aanbesteding helemaal niet voorschrijven dat men voor de meest goedkope bieder moet kiezen, maar ook rekening kan houden met milieutechnische en sociale criteria. En zo kan men kiezen voor ‘het economisch meest voordelige aanbod’. Het is daarbij wel van belang dat men bij het uitschrijven van die openbare aanbesteding, zeer nauwkeurig omschrijft aan welke criteria die producten moeten voldoen.

Hier ligt nog een belangrijke educatieve opdracht: overheden en anderen duidelijk maken hoe ze die gunningsprocedure zo kunnen formuleren dat ze én rekening houden met het belang van fair trade én juridisch waterdicht zijn. Daar bestaan al handboeken voor. Er is wel nood aan een Europese harmonisering van nationale en regionale fair trade labels.

De juridische procedureslag tussen koffieproducent Douwe Egberts, onderdeel van multinational Sara Lee, en Max Havelaar en regionale overheden is een cruciaal voorbeeld van de strijd voor een meer rechtvaardige geglobaliseerde economie.

Iedereen heeft al jaren de mond vol van duurzaam ondernemen, van de nood aan meer bedrijfsethiek en van het samengaan van ‘people, planet en profit’. Nu blijkt dat dit concept inderdaad werkt en steeds meer overheden hun verantwoordelijkheid tonen door die producten aan te kopen die de landen van herkomst en de producenten een eerlijke prijs biedt, toont multinational Sara Lee zich een slechte verliezer.

Net op een moment dat ontwikkelingssamenwerking onder vuur ligt, zou het cruciale belang van fair trade of eerlijke handel, intussen voor iedereen duidelijk moeten zijn. Pas als westerse consumenten bereid zijn een prijs te betalen voor grondstoffen uit ontwikkelingslanden, kunnen die landen en hun bevolking ontsnappen aan de vicieuze cirkel van onderontwikkeling, armoede en geweld. Consumenten zijn vaak ook bereid dat te doen als zij weten dat bedrijven ook bereid zijn die betere prijs door te betalen aan boeren en lokale producenten. Dan komt de welvaart eindelijk terecht waar die al vele decennia had moeten terecht komen. Sara Lee mag best een beetje minder winst maken als dat de verpauperde koffieboeren en daarmee hele regio’s helpt. Het is vanuit moreel oogpunt onbegrijpelijk dat Douwe Egberts – anders dan vele andere koffie-, en cacaobedrijven - dat maar niet wil inzien en zich niet aansluit bij het keurmerk Max Havelaar.

Ik vraag landgenoot Karel De Gucht om als aanstaand Europees Commissaris voor Handel het dossier van eerlijke handel bovenaan zijn politieke agenda te plaatsen. Als oud-minister van Buitenlandse zaken en als huidig Eurocommissaris voor ontwikkelingssamenwerking wéét De Gucht immers als geen ander dat dit dossier een sleutel is om uit de armoedespiraal te geraken.

vrijdag 11 december 2009

Eurotop vermijdt blamage, maar toont onvoldoende leiderschap

Met de belofte van 7,2 miljard euro klimaatsteun voor ontwikkelingslanden in de komende drie jaar stuurt de eurotop een klein vonkje van hoop naar de klimaattop in Kopenhagen. Echt leiderschap tonen de Europese regeringsleiders helaas niet.

De regeringsleiders hadden de kans om een forse impuls te geven aan de moeizame onderhandelingen in Kopenhagen. Daarvoor hadden zij moeten besluiten om, onafhankelijk van andere landen, de Europese uitstoot van broeikasgassen met 30 procent te verminderen in 2020. Die kans hebben ze helaas gemist.

De EU-landen stellen 2,4 miljard euro per jaar aan fast-start klimaatsteun beschikbaar voor ontwikkelingslanden. Zo is het Europese bod voor Kopenhagen toch nog wat concreter geworden. Daarmee heeft het Zweedse voorzitterschap een volledige blamage weten te vermijden. We moeten echter afwachten hoeveel van dit geld echt nieuw geld is. Als het uit bestaande budgetten voor ontwikkelingssamenwerking komt, worden de arme landen blij gemaakt met een dode mus.”

Ik ben blij dat een heffing op financiële transacties voor geen enkel EU-land meer taboe is. Op deze politieke doorbraak wachten we al jaren. Zo’n heffing helpt bij het stabiliseren van financiële markten en levert inkomsten op die ook voor klimaatsteun aan ontwikkelingslanden kunnen worden aangewend. Tegen 2020 is daarvoor minstens 110 miljard euro per jaar nodig. Als het niet lukt om Obama te overtuigen van de voordelen van een Tobintax-nieuwe-stijl, dan moet de EU niet aarzelen om deze zelf door te voeren.

Merkwaardig is ook dat in de conclusies van de Europese Raad geen gebenedijd woord terug te vinden is over Palestina, Oost-Jeruzalemn en Israël. Het Zweeds voorzitterschap probeerde nochtans hierin enkele stappen in de goede richting te zetten. Maar de ontwerpteksten lekten uit, Israël reageerde furieus en ... de 27 staatshoofden en regeringsleiders kropen mooi terug in hun hok. Erg moedig is dat allemaal niet. Vandaar dat ik blijf pleiten voor het op gang brengen van een debat over het opstarten van een boycot van Israëlische producten. De Israëli's verstaan m.i. alleen dat soort taal.

donderdag 3 december 2009

Le nouveau Europa is (Lissa) born !!!

Ik geef toe, we moeten als 'eurofielen' niet euforisch doen over deze eerste december 2009 - de gemiddelde Europese burger zal deze morgen niet met vlinders in de buik zijn opgestaan al was het maar omdat het radionieuws deze ochtend meldde dat de unieke zanger Ramses Shaffy, de Nederlandse Jacques Brel, overleden was - maar toch....is het een historische dag voor Europa. Vandaag treedt het verdrag van Lissabon in werking.
De inwerkingtreding toont ook weer eens dat Europa een grillig beestje is dat met horten en stoten - en soms na diepe crisis - toch steeds weer vooruit geraakt en groeit. Want ik wil er toch even aan herinneren dat al op 29 oktober 2004 de Europese regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken van 28 Europese landen in Rome het Verdrag ondertekenden dat voorzag in een Europese Grondwet. Het Verdrag werd ondertekend door de 25 lidstaten van de Europese Unie en Roemenië, Bulgarije en Turkije. Dat gebeurde in dezelfde zaal waar in 1957 het oprichtingsverdrag van de Europese Gemeenschap door de zes oorspronkelijke lidstaten Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxemburg werd ondertekend.

De Grondwet heeft het nooit gehaald, maar de opvolger, het Verdrag van Lissabon, werd ook al in 2007 ondertekend. Vandaag - 5 jaar en één maand na Rome - mogen we dus toch spreken van een historisch moment. En ook al voel ik geen euforie, deze dag kunnen we beschouwen als een kans op een nieuwe start voor een ander Europa. Er is dus wel blijdschap nu na vijf jaar na de ondertekening in Rome, het er naar uitziet dat de Europese Unie eindelijk de noodzakelijke bestuurlijke en democratische hervormingen kan doorvoeren. Want koele of vurige minnaars van de Europese Unie, iedereen was het erover eens dat er nood was aan nieuwe regels en afspraken om het uitgebreide Europese huishouden goed te laten draaien en iedereen – dus ook de nieuwe lidstaten – er comfortabel aan te kunnen laten deelnemen.

Le nouveau Europa is (Lissa)born!

Dankzij Lissabon heeft de EU in ieder geval een raamwerk om democratischer te worden, en kan het een beter wetgevend proces krijgen, transparanter worden en is er meer inspraak voor Europese burgers. Ook de nationale parlementen krijgen meer inspraak in het wetgevende proces, mits ook zij die taak serieus nemen. Maar het zal van nationale en Europese politici afhangen of meer democratisering ook gebeurt!

Het Europees Parlement is nu ook wetgevend en krijgt dus beslissende inspraak op belangrijke beleidsterreinen als landbouw, visserij, transport, asiel en migratie, justitie en politiesamenwerking. Als je ziet hoe de Europese ministers van justitie uitgerekend één dag voor inwerkingtreding van Lissabon nog snelsnel een akkoord goedkeuren waardoor de VS inzage krijgen in bankgegevens van Europese burgers, toont aan dat de Europese ministerraad aanvoelt dat het EP wel eens lastig kon gaan doen. Het is een proces dat al jaren bezig was: andere Europese machtscentra namen het EP steeds serieuzer. De Europese democratie wordt langzaam volwassen, met veel groeipijnen, dat wel. We kunnen alleen maar hopen dat mijn collegae deze uiterst belangrijke taak de komende jaren ook serieus nemen, ondanks de sterke eurosceptische tendens in Europa. Met andere woorden: Lissabon biedt de kans om de EU vooruit te brengen in positieve zin, maar daar is politieke wil en moed voor nodig.
Daarom schreef mijn fractie een brief aan kersvers Commissie-voorzitter Barroso en nog verser EU-president Van Rompuy. We vragen hen om het besluit over document 'Europe2020' uit te stellen. Daarin wordt de toekomstvisie voor de EU voor de komende tien jaar uitgestippeld. Wij groenen vinden dit zo belangrijk dat we eerst een democratisch debat willen. Dit document bepaalt de koers van de EU gedurende een meer dan cruciaal decennium. In een tijd van mondiale klimaatproblemen, toenemende armoede en sociale ongelijkheid, financieel-economische transitie en chaos moet het parlement voldoende tijd hebben om constructief mee te denken.

Ook burgers worden uitgedaagd mee te denken en stappen te zetten. Het is zo dat de grondrechten van Europese burgers door het nieuwe verdrag beter verankerd worden. Het Europees Hof van Justitie krijgt de bevoegdheid om te beoordelen of de lidstaten de Europese wetgeving wel implementeren volgens het Charter van Fundamentele Rechten. En er is het burgerinitiatief: als een miljoen burgers uit een 'significant' aantal lidstaten hun handtekening zetten, moet de Europese Commissie met voorstellen komen om een bepaald probleem aan te pakken. Hoe dit precies zal georganiseerd worden moet nog uitgeklaard. Er wordt op dit eigenste moment een robbertje gevochten tussen Parlement en Commissie om dit burgerinitiatief echt gestalte te geven.

Maar het burgerinitiatief opent perspectieven! Begin maar alvast handtekeningen te verzamelen. Maar dan wel voor iets zinnigers als het verbieden van minaretten. Het verbieden op Europese bodem van Amerikaanse kernraketten? Ik noem maar iets.

vrijdag 27 november 2009

Nieuwe Europese Commissie: versnippering ontwikkelingsbeleid geen goed voorteken

Commissaris Barosso maakte zopas de lijst van de nieuwe commissarissen bekend. Karel De Gucht krijgt met Handel een zware portefeuille. Ontwikkelingssamenwerking komt bij twee commissarissen te liggen: R. Jeleva (Internationale Samenwerking en Humanitaire hulp) en A. Piebalgs (Ontwikkelingssamenwerking).

Handel is een zware opdracht. Ik wil Karel De Gucht in de eerste plaats feliciteren. Tegelijk hoop ik dat hij het werk van Ashton (nu Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlands en Veiligheidsbeleid) inzake fair trade verder zet en meer oog heeft voor eerlijke, duurzame handel. De economische partnerschapsakkoorden zetten vooral de deur open voor Europa naar de ASC-landen in het Zuiden, maar niet omgekeerd. Ook de vrijhandelsakkoorden met Azië en Latijns-Amerika leggen vooral het accent op vrijheid, veel te weinig op verantwoordelijkheid in ondernemerschap.

In het voorstel van Barosso wordt ontwikkelingssamenwerking verdeeld over twee commissarissen: Piebalgs is momenteel Commissaris voor Energie, in een vorig leven ook Minister van Europese Zaken Zaken in Letland, Jeleva is in Bulgarije minister van Buitenlandse Zaken. Ontwikkelingssamenwerking komt in een cluster en dus nauwe samenwerking met de Hoge Vertegenwoordiger, Catherine Ashton.

Ik zal er de komende hearings waar de nieuwe commissarissen ondervraagd worden op toezien dat zij ernstig antwoorden op vragen over de zorg dat ontwikkelingssamenwerking geen factor wordt van buitenlands beleid en geopolitiek, maar een autonome bevoegdheid blijft met een ernstige, eigen agenda. De vraag is of dat met deze versnippering van bevoegdheden lukt. Het is nu juist een streven van de EU en zij die ontwikkelingssamenwerking willen verbeteren, om de versnippering van hulpbeleid tegen te gaan en coherentie te bevorderen. Feit dat beiden ook een buitenlandbeleid-logica volgen, gericht op binnenlandse belangen en niet de logica van ontwikkelingsbeleid dat vooral oog heeft voor de bevolking in het Zuiden, roept vragen op. Deze verdeling van posten in de nieuwe Commissie is dus geen goed voorteken.

zaterdag 21 november 2009

'Zenpresident' komt voor Europa op historisch moment

Beste Herman van Rompuy,

U wordt 'Europees president' op een historisch moment in de geschiedenis van Europa en zelfs van de wereld. Twintig jaar na de val van de Muur kan ik alleen maar hopen dat u zich daar scherp van bewust bent. En dat u erin zult slagen Europa over zijn eigen schaduw heen te laten stappen. De schaduw van overal oplevend eng nationalisme en egoïsme, de krachten die Europa altijd weer oorlog en ellende hebben gebracht.

TAFELSPRINGERS

Ik ben blij met uw verkiezing, want Europa heeft geen tafelspringers nodig zoals Tony Blair maar wel wijze, niet-zelfingenomen en bedachtzame mensen. Mensen die niet zichzelf, maar wel een concrete visie en projecten naar voren schuiven en voorleggen aan de bevolking. Projecten die op de langere termijn goed zijn voor de bijna 500 miljoen inwoners van de Europese Unie, op wereldvlak nog steeds de meest geslaagde oefening in conflictpreventie. Projecten die goed zijn voor alle mensen die leven op aarde, nu en in de toekomst. Dat soort projecten kan alleen komen van Europese leiders 'ouderwetse stijl'. Mensen die met kalme vastberadenheid nog kunnen denken in het algemeen (Europese) belang. Politici met meer langetermijn-'zen' dan kortetermijn-'zin'.

Misschien is het goed voor uw aantreden op 1 januari 2010 nog eens de klassiekers over de geschiedenis van de Europese integratie door te nemen. Want daar liggen antwoorden op vragen hoe het verder moet met Europa.

Lees vooral de Europese oervaders: Jean Monnet en uw partijgenoot Robert Schuman. Op 9 mei 1950 sprak Schuman, de toenmalige Franse minister van Buitenlandse Zaken, op de radio een historische speech waarin hij het overwonnen Duitsland een buitengewoon aanbod deed: het delen van de controle over de kolen- en staalindustrie. Via een nieuwe supranationale organisatie (de latere EGKS) zouden aartsvijanden Frankrijk en Duitsland de controle over die voor de wederopbouw van het vernietigde Europa uiterst cruciale industrie gaan delen. Schuman besloot met de historische woorden: 'Het zal voortaan ondenkbaar en onmogelijk zijn dat Frankrijk en Duitsland nog oorlog voeren.'

Schuman bedacht het idee van de EGKS niet zelf. Dat deed de Franse jurist Jean Monnet al in 1943. Hij trok lessen uit de New Deal van president Franklin Roosevelt, het Amerikaanse antwoord op de Grote Depressie van de jaren 30. Een van de belangrijke projecten van de New Deal was de oprichting van de 'Tennessee Valley Authority' (TVA). Dit overheidsprogramma liet zeven staten rond de Tennesseerivier samenwerken en hun wederzijdse wantrouwen overwinnen. Het programma had een enorme invloed op landbouwgebied, irrigatie, waterkwaliteit en elektriciteitsopwekking met waterkracht. Het zorgde voor het aantrekken van nieuwe bedrijven en de creatie van nieuwe jobs.

LINK

Op dat model baseerde Monnet zich. Het bestaat nog steeds. Senator George W. Norris, de geestelijke vader van de TVA, zei tijdens de Tweede Wereldoorlog: 'Ik ben oneindig trots op de grote bijdragen die TVA heeft geleverd, die pas volledig duidelijk zullen worden totdat vrede terugkeert op deze gepijnigde wereld.'

Dat is meteen de historische link met het heden. Bijna zestig jaar na de speech van Schuman is het weer tijd voor een langetermijnvisie die de rest van de wereld kan inspireren en een getormenteerde wereld weer perspectief kan bieden.

Een aantal crisissen teisteren ons. Vooreerst de energiecrisis, met eindige, dure en vervuilende fossiele brandstoffen die bovendien een dodelijke afhankelijkheid creëren van ondemocratische machten in Rusland, het Midden-Oosten en elders. Er zijn ook de donkere wolken van de ecologische crisis, verzinnebeeld door de klimaatverandering. Onze westerse manier van leven, die roofbouw pleegt op planeet Aarde en ons doet afstevenen op een ongekende catastrofe. Ten slotte ook de financieel-economische crisis, met daaraan gekoppeld toenemende werkloosheid, honger en armoede. Hier in de EU, maar ook elders in de wereld. Die crisissen maken duidelijk dat we op een kruispunt zitten. En dat we nood hebben aan een zeer concreet Europees project.

EUROPESE RAAD

Het verbaast me dat de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders, waarvan u straks de voorzitter wordt, niet nauwgezetter impulsen geeft om die grote crisissen daadkrachtig aan te pakken. Het kan nochtans, via een Green New Deal en de oprichting van een Europese Gemeenschap voor Duurzame Energie (European Community for Renewable Energy, ERENE).

Net als in de begindagen van Europa met de EGKS moeten we nu weer zo'n Europees project lanceren. We moeten vertrekken van nieuwe ambitieuze plannen voor een pan-Europees elektriciteitsnet ('supergrid') dat alle landen kan koppelen aan duurzame stroomproductie op de Noordzee, op waterkrachtcentrales in Noorwegen, zonnecentrales in Spanje, windcentrales in Portugal, en biomassacentrales in Oost-Europa. Het delen van ons enorme potentieel aan duurzame energie is het pad weg uit de klimaat- en energieproblemen. Het is de route naar nieuwe technologie en duurzame jobcreatie. Dat plan zal echter duur zijn en het vereist langetermijnkeuzes. Die kunnen alleen collectief gemaakt worden, net als destijds in Tennessee Valley. De 27 politici die u straks 'voor gaat zitten' daarvan overtuigen lijkt mij een immens belangrijke taak.

WAAN

Joschka Fischer, de voormalige Duitse minister van Buitenlandse Zaken, schreef onlangs: 'De jaren sinds de val van de Berlijnse Muur waren rijk aan ingrijpende veranderingen, maar de echte tijd van omwentelingen ligt nog voor ons. De opwarming van de aarde is niet meer dan het topje van de ijsberg waarop wij welbewust, met wijdopen ogen, afkoersen. Het gaat er nu om dat landen mondiaal en eensgezind in actie komen. 20 jaar na Berlijn roept Kopenhagen.' (De Tijd, 7 november) Een nieuwe industriële revolutie staat in de steigers. We moeten bouwen aan een nieuw soort economie die koolstofarm is, niet vervuilend en geen roofbouw pleegt op het ruimteschip Aarde.

De 27 staatshoofden en regeringsleiders moeten weg van het kortetermijndenken, de waan van alle dag. Ze moeten in nauwe samenwerking met de vakministers, de leden van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de hele civiele samenleving het voortouw nemen in een radicaal anders en nieuw beleid.

Europese burgers roepen u, beste zenpresident. Hoort u ze? In een stil moment?

Bart Staes

(OPinie verschenen in DE TIJD van 21 november 2009)

donderdag 12 november 2009

Ook collega's uit Kirgizistan waarschuwen voor klimaatverandering

Op 11 november vergaderde ik een hele dag met collega’s parlementsleden uit Kirgizistan. Dat is één van de vijf Centraal-Aziatische republieken. Bergachtig gebied, grenzend aan Tadjikistan, Oezbekistan en Kazachstan. Het is één van de staten die na het uiteenvallen van de Sovjetunie onafhankelijk werd. In 1995 sloot de EU met Kirgizistan een Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PCA). In 2007 publiceerde de Europese Commissie een document dat de EU-strategie ten aanzien van geheel Centraal-Azië beschreef. In het kader van de PCA wordt er regelmatig overleg gepleegd op ministerieel niveau. Op parlementair niveau bestaat er een zogenaamde Samenwerkingscommissie . We vergaderen éénmaal per jaar en bespreken de onderlinge relaties op economisch, financieel en handelsgebied. Maar Kirgizistan ligt ook vlakbij Afghanistan. Een groot deel van de drugs die de EU binnenkomt, passeert Tadjikistan en Khirgizistan. En ook de “strijd tegen het internationaal terrorisme” is steevast een gespreksthema telkens we de Kirgiezen ontmoeten. De VS hebben er een militaire basis die één van de toegangspoorten is voor het VS-leger naar Afghanistan. Ook de Russische federatie heeft er een militaire basis en is van plan er een tweede te bouwen. Stof genoeg tot dialoog en overleg dus. Daarbovenop komt dat de Centraal-Aiatische republieken bepaald geen voorbeeld zijn inzake de naleving van de rechtstaat, democratie, vrije meningsuiting, de vrijheid van vereniging en de vrijheid van pers. De jongste presidentsverkiezingen verliepen volgens internationale waarnemenrs en de OVSE allesbehalve op een eerlijke manier. De toestand in de gevangenissen is mensonterend en de doodstraf wordt er weer ingevoerd.

Maar een groot gedeelte van de besprekingen ging over klimaatveranderening. De onderhandelingen met het oog op het afsluiten van een nieuw wereldwijd klimaataakkoord in Copenhagen zijn daar uiteraard niet vreemd aan.

We weten al een hele tijd dat niet het rijke industriële Westen, de eerste en grootste oorzaak van het klimaatprobleem, niet het ergst wordt geconfronteerd met de gevolgen van de klimaatverandering. Gisteren werd dat dubbeldik in de verf gezet. Enkele feiten maar: In het Alataugebergte verkleinde de gletsjer Adigene met 20 procent in de afgelopen 50 jaar. De Aksai-gletsjer verdween bijna helemaal. Geoloog Bakutbek Ermenbaev waarschuwt: “Als er geen actie wordt ondernomen zullen alle 2200 Kirgizische gletsjers verdwenen zijn binnen de eeuw".

Nochtans zijn deze gletsjers, net zoals die in buurland Tadjikistan, vitaal voor de watervoorziening van geheel Centraal-Azië. In normale omstandigheden smelten gletsjers gedurende de zomer maar herstellen ze zich opnieuw tijdens de winter. Dat gebeurt al een hele tijd niet meer. De meeste gletsjers verliezen 15 tot 20 meter per jaar en de Petrova-gletsjer trok zich de vorige jaren zelfs met een snelheid van 50 meter per jaar terug.

Meer smeltwater betekent de vorming van steeds groter wordende meren. Soms zorgt de overvloed aan water voor immense overstromingen in lager gelegen valleien waarbij hele dorpen worden weggeveegd. Op korte termijn zorgt dat versneld wegsmelten van gletsjers voor een overvloed aan water in de lager gelegen gebieden. Ook Oezbekistan, dat voor een zeer groot deel afhangt van dit gletsjerwater voor zijn drinkwatervoorzieing komt voorlopig nog niet in de problemen. Het overtollige water wordt nu opgeslagen in reservoirs. Nadeel daarvan is dat tijdens de zomer een onevenredig groot deel van dat water verdampt en verloren gaat. Op de lange termijn is de toestand catastrofaal. Hoe meer gletsjers er verdwijnen, hoe minder drinkwater er wordt aangevoerd. Dat creëert nu al spanningen tussen de verschillende landen in de regio. Een regionale oorlog om water lijkt binnenkort de pijnlijke realiteit.

Een aansporing dus om te zorgen dat "Kopenhagen" alsnog slaagt.